Uitspraak
verweerster in het zelfstandig tegenverzoek,
verzoekster in het zelfstandig tegenverzoek,
1.De procedure
[A] (General Counsel) verschenen, bijgestaan door mr. Rötscheid. Beide gemachtigden hebben hun standpunten nader toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen. Deze zijn aan het dossier toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen besproken is tijdens de zitting.
2.Waar gaat deze zaak over?
Op 7 juli 2025 is [verzoekster] door [verweerster] op staande voet ontslagen, omdat [verzoekster] oneigenlijk gebruik zou hebben gemaakt van het reissysteem van [verweerster] door het opmaken en gebruiken van een niet bestaande factuur voor [bedrijf] en het doen van privé terugbetalingen na annuleringen van zakelijke boekingen voor het bedrijf van haar echtgenoot.
De kantonrechter wijst de verzoeken van [verzoekster] daarom grotendeels toe.
3.De beoordeling
“Wij hebben geconstateerd dat u, misbruik makend van de systemen van [verweerster] , een boekingsbevestiging/factuur hebt opgesteld/geconstrueerd waarmee u bij verzekeringsmaatschappij [bedrijf] ongebruikte vakantiedagen en kosten voor een huurauto hebt geclaimd. [bedrijf] , bovendien verzekeringspartner van [verweerster] , heeft deze kosten vergoed op basis van en naar aanleiding van de door u via de systemen van [verweerster] opgestelde boekingsbevestiging/factuur terwijl betreffende boeking (met uitzondering van 'economy class' vliegtickets) door u was geannuleerd. U heeft tegenover [bedrijf] ten onrechte de suggestie gewekt dat de op de boekingsbevestiging/factuur genoemde posten en daarbij behorende kosten daadwerkelijk door u bij [verweerster] zouden zijn gemaakt. [bedrijf] is op basis van deze boekingsbevestiging/factuur tot berekening en uitbetaling overgegaan (bijlage 1).
Dit voorval niet is besproken tijdens het gesprek van 23 juni 2025. Deze bevinding is door [verweerster] voor het eerst met [verzoekster] gedeeld in het gespreksverslag dat zij in de avond van
e-mail aan [verweerster] laten weten dat zij in het systeem van [verweerster] een opsomming heeft gemaakt van alle gemaakte kosten voor de reis en dat zij deze aan [bedrijf] heeft toegestuurd. Door [verweerster] is op 26 juni 2025 per e-mail navraag gedaan bij [bedrijf] of door [verzoekster] bij haar de betreffende factuur is ingediend en of [bedrijf] deze kosten aan [verzoekster] vergoed heeft. Op 4 juli heeft [bedrijf] geantwoord dat die nota inderdaad bij hen in het boekingsschema staat en bij hen is ingediend.
De kantonrechter is het met [verzoekster] eens dat [verweerster] niet duidelijk heeft kunnen maken wat zij nog heeft onderzocht ten aanzien van deze boekingen na het gesprek van 23 juni en de schriftelijke reactie van 25 juni van [verzoekster] daarop. [verweerster] heeft tijdens de zitting op de vraag naar wat zij in die tussenliggende periode nog nader heeft onderzocht aangegeven dat zij nog verder hebben gezocht in het systeem naar opvallende boekingen, maar die niet hebben gevonden.
[verweerster] had hier kunnen volstaan met een officiële waarschuwing.
ernstigverwijtbaar moet worden aangemerkt. De wetgever heeft als voorbeelden genoemd gevallen waarin de werknemer zich schuldig maakt aan diefstal, verduistering, bedrog of andere misdrijven waardoor hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt.
Al deze factoren afwegend vindt de kantonrechter het billijk om uit te gaan van een periode van een jaar om een andere baan te vinden tegen een vergelijkbaar loon. De eventuele door [verzoekster] te ontvangen WW-uitkering zal de kantonrechter daarop niet in mindering brengen, omdat [verzoekster] door het onterechte ontslag vroegtijdig haar WW-rechten moet aanspreken. Het loon over de periode van een jaar rondt de kantonrechter af op een bedrag van
€ 23.000,00 bruto.