Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
2.De kern van de zaak
“Dossierkosten”en verschenen rente in rekening is gebracht. [gedaagde] heeft daarop een bedrag betaald ter grootte van de facturen (dus € 18.476,30). Eneco vordert in deze zaak nog betaling van een bedrag ter grootte van de wettelijke incassokosten en verschenen rente, samen € 1.322,97, plus rente. De kantonrechter wijst € 403,21 toe.
3.De beoordeling
“Eneco Zakelijk”, terwijl de vordering is ingesteld door
“Eneco Warmte & Koude Leveringsbedrijf B.V.”Volgens [gedaagde] moet eerst opheldering komen over de identiteit van de schuldeiser, voordat vonnis zou kunnen worden gewezen. Dat verweer faalt. Bij de dagvaarding heeft Eneco de facturen aan [gedaagde] bijgevoegd. Daarop staat
“Eneco Zakelijk”als afzender vermeld, en op de factuur zelf staat de zin
“Hierbij ontvangt u namens Eneco Warmte en Koudeleveringsbedrijf B.V. uw nota (…)”. [gedaagde] had haar verweer dus direct bij haar antwoord kunnen voeren. Door dit pas te doen bij haar conclusie van dupliek, is zij daarmee te laat [2] .
“Dossierkosten”. Naar nu blijkt, was het gevorderde bedrag aan incassokosten veel te hoog. Tussen partijen bestaat geen regeling waarbij afgeweken wordt van de wettelijke bepalingen. Volgens de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is € 959,76 een redelijk bedrag, dus ongeveer slechts een derde van het door Eneco bij de aanmaning genoemde bedrag. Verder was er kennelijk geen rechtsgrond voor het in rekening brengen van
“Dossierkosten”, want Eneco laat dit in deze rechtsprocedure geheel buiten beschouwing. Eneco heeft dus terecht de betaling van de in de aanmaning genoemde incassokosten en
“Dossierkosten”achterwege kunnen laten. Eneco heeft [gedaagde] slechts aangemaand voor bedragen die zij niet in rekening mocht brengen. De kantonrechter oordeelt dat deze omstandigheid te vergelijken is met de situatie zoals bedoeld in artikel 6:96 lid 4 BW Pro, tweede volzin. Daarin staat dat de schuldenaar ( [gedaagde] ) zonder aanmaning minimaal € 40,00 is verschuldigd. Dat bedrag wordt daarom toegewezen.