Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 12 juli 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft het verweerschrift ingediend op 31 oktober 2024, waarna eiseres een reactie gaf. Partijen wensten geen zitting.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres verweerder op 9 oktober 2024 schriftelijk in gebreke heeft gesteld. Het beroep is gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen een nieuwe termijn van veertig weken na het verweerschrift, dus uiterlijk 7 augustus 2025, een besluit op bezwaar te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Omdat de dwangsomtermijn inmiddels is verstreken, wordt de dwangsom vastgesteld op €1.442. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €453,50 en het betaalde griffierecht van €51 aan eiseres.