Uitspraak
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 januari 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
[derde partij] B.V.uit [woonplaats], de werkgever van eiser.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, een backend webdeveloper, werd ziekgemeld en vroeg een WIA-uitkering aan die door het UWV werd afgewezen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiser maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, omdat de verzekeringsarts geen informatie had ingewonnen bij zijn behandelend psycholoog die een beredeneerd afwijkend oordeel had en diagnoses stelde die niet in het verzekeringsgeneeskundig onderzoek waren meegenomen.
De rechtbank stelt vast dat het UWV besluiten over arbeidsongeschiktheid mag baseren op verzekeringsartsenrapporten, mits deze zorgvuldig zijn opgesteld en geen tegenstrijdigheden bevatten. In dit geval heeft de verzekeringsarts echter nagelaten informatie op te vragen bij de behandelend psycholoog, ondanks dat deze een afwijkend oordeel had over de medische beperkingen, waaronder diagnoses van ASS niveau 2 en ADHD.
Omdat het medisch onderzoek hierdoor onvolledig en onvoldoende zorgvuldig is, kan de rechtbank de mate van arbeidsongeschiktheid nog niet beoordelen. De rechtbank beveelt het UWV aan om binnen zes weken de gebreken te herstellen door een andere verzekeringsarts nader onderzoek te laten verrichten, waarbij informatie bij de psycholoog wordt ingewonnen. Verdere beslissingen worden aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank beveelt het UWV aanvullend medisch onderzoek te verrichten en houdt verdere beslissing aan tot de einduitspraak.