ECLI:NL:RBMNE:2025:7115

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
UTR 24/8472-V
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens twijfel over ontvangst aangetekende brief bij te laat beroep

Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van zijn beroep wegens te late indiening. De rechtbank had op 6 maart 2025 het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat was ingediend. Opposant stelde dat de aangetekende brief van 3 januari 2025 hem nooit had bereikt, mede omdat zijn vader op vakantie was en er geen bericht van PostNL in de brievenbus was aangetroffen.

Ter onderbouwing voegde opposant screenshots toe van PostNL en een app die de postbezorging registreert, waaruit volgens hem blijkt dat er geen bezorging heeft plaatsgevonden. De rechtbank achtte deze toelichting en de recente problemen bij PostNL met aangetekende post voldoende om te concluderen dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de brief daadwerkelijk is bezorgd.

Daarom verklaarde de rechtbank het verzet gegrond en verviel de eerdere uitspraak. De behandeling van het beroep wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond vóór de niet-ontvankelijkverklaring. De rechtbank benadrukte dat dit niet betekent dat opposant automatisch gelijk krijgt, maar dat de inhoudelijke beoordeling nog moet plaatsvinden.

De uitspraak werd gedaan door rechter A. Skerka en griffier S. Ayyildiz op 7 november 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt, waardoor de behandeling van het beroep wordt hervat.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/8472-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2025 op het verzet van

[oppossant] , te [plaats] , opposant.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van opposant tegen het besluit van verweerder van
30 oktober 2023.
In de uitspraak van 6 maart 2025 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 6 maart 2025 het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat opposant te laat is met het indienen van zijn beroepschrift. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2025 niet juist was.
3. Opposant stelt dat de aangetekende brief, gedateerd 3 januari 2025, hem nooit heeft bereikt. Hij stelt dat zijn vader van 28 december 2024 tot en met 12 januari 2025 op vakantie was en na terugkomst op het door opposant aan de rechtbank opgegeven adres geen bericht van PostNL in de brievenbus heeft aangetroffen. Ter onderbouwing hiervan heeft opposant screenshots van PostNL- en de Ringtone app toegevoegd, waaruit volgens hem blijkt dat er geen postbezorging heeft plaatsgevonden.
4. De rechtbank is het eens met opposant. De recente problemen omtrent de bezorging van aangetekende post door PostNL, in combinatie met de door opposant gegeven toelichting, zorgen ervoor dat de rechtbank er niet zeker van kan zijn dat de brief van 3 januari 2025 daadwerkelijk is bezorgd.
5. Dit betekent dat opposant gelijk krijgt. Het verzet is dus gegrond en de uitspraak van
6 maart 2025 vervalt (artikel 8:55, negende lid, van de Awb). Het vervallen van de eerdere uitspraak betekent dat de rechtbank de behandeling van het beroep zal voortzetten. De rechtbank hervat het onderzoek in de stand waarin dat zich bevond voordat de buiten-zittinguitspraak van 6 maart 2025 werd gedaan. Opposant krijgt over de verdere behandeling nog bericht. Voor de duidelijkheid merkt de rechtbank op dat dit nog niet direct betekent dat de rechtbank opposant gelijk zal geven met zijn beroep. Dat moet nog beoordeeld worden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.