Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van zijn beroep wegens te late indiening. De rechtbank had op 6 maart 2025 het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat was ingediend. Opposant stelde dat de aangetekende brief van 3 januari 2025 hem nooit had bereikt, mede omdat zijn vader op vakantie was en er geen bericht van PostNL in de brievenbus was aangetroffen.
Ter onderbouwing voegde opposant screenshots toe van PostNL en een app die de postbezorging registreert, waaruit volgens hem blijkt dat er geen bezorging heeft plaatsgevonden. De rechtbank achtte deze toelichting en de recente problemen bij PostNL met aangetekende post voldoende om te concluderen dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de brief daadwerkelijk is bezorgd.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzet gegrond en verviel de eerdere uitspraak. De behandeling van het beroep wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond vóór de niet-ontvankelijkverklaring. De rechtbank benadrukte dat dit niet betekent dat opposant automatisch gelijk krijgt, maar dat de inhoudelijke beoordeling nog moet plaatsvinden.
De uitspraak werd gedaan door rechter A. Skerka en griffier S. Ayyildiz op 7 november 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.