Deze uitspraak betreft het verzet van de opposant tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2025, waarin het beroep van de opposant niet-ontvankelijk werd verklaard omdat hij te laat zijn beroepschrift had ingediend. De opposant heeft in verzet gegaan en stelt dat hij de aangetekende brief, gedateerd 3 januari 2025, nooit heeft ontvangen. Hij wijst erop dat zijn vader op vakantie was en dat er geen postbezorging heeft plaatsgevonden. De rechtbank heeft de argumenten van de opposant overwogen en is tot de conclusie gekomen dat er twijfels zijn over de bezorging van de aangetekende brief door PostNL. Hierdoor is de rechtbank van mening dat de eerdere uitspraak van 6 maart 2025 niet juist was. De rechtbank verklaart het verzet gegrond, waardoor de eerdere uitspraak vervalt en de behandeling van het beroep wordt hervat. De opposant zal hierover nog bericht ontvangen. Het is belangrijk op te merken dat dit nog niet betekent dat de rechtbank de opposant gelijk zal geven in zijn beroep, dat moet nog beoordeeld worden.