ECLI:NL:RBMNE:2025:7118
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over overschrijding beslistermijn WIA-bezwaar
Eiseres diende op 30 april 2024 een bezwaar in tegen een besluit van 20 maart 2024 bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, wat onomstreden is. Na ontvangst van een ingebrekestelling op 19 juni 2025 verstreken twee weken zonder beslissing.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien de structurele achterstanden bij het UWV door een tekort aan verzekeringsartsen, stelt de rechtbank een termijn van vier maanden vast, aansluitend bij eerdere jurisprudentie. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van €385 en een proceskostenvergoeding van €453,50 aan eiseres, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van vier maanden op voor de beslissing op het bezwaar, met een dwangsom bij overschrijding.