Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een kantoorpand en het gebruik van de uitbreiding als kantoor, hetgeen in strijd is met het bestemmingsplan. De rechtbank heeft in een eerdere tussenuitspraak vastgesteld dat het gebruik van de uitbreiding als kantoor strijdig is met het bestemmingsplan en dat het college het gebrek in het besluit moest herstellen.
Het college heeft vervolgens een vervangend besluit genomen waarin het gebruik van de uitbreiding als kantoor aan de vergunning is toegevoegd. De rechtbank oordeelt echter dat het college niet bevoegd is om deze vergunning te verlenen op grond van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2o, van de Wabo in combinatie met artikel 4, onderdeel 9, van Bijlage II bij het Bor, omdat het bouwvolume wordt vergroot.
De rechtbank wijst erop dat het college het gebrek in het besluit kan herstellen door een nieuwe beslissing te nemen, eventueel met een aanvullende motivering of intrekking van het bestreden besluit. Het college krijgt vier weken de tijd om dit te doen en moet binnen twee weken meedelen of het van deze gelegenheid gebruik maakt. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.