ECLI:NL:RBMNE:2025:7165

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
UTR 24/4539
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet betalen griffierecht ongegrond verklaard

Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 7 mei 2025, waarin de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet betalen van het griffierecht. Opposant stelde dat verzendfouten en gezondheidsproblemen het niet tijdig betalen van het griffierecht rechtvaardigen.

De rechtbank beoordeelt in dit verzet uitsluitend of de eerdere beslissing om zonder zitting te beslissen terecht was, omdat er geen twijfel over de uitkomst bestond. De rechtbank concludeert dat opposant het griffierecht niet heeft betaald, ondanks dat een aangetekende herinnering op tijd is ontvangen. De vermeende verzendfouten en gezondheidsproblemen zijn onvoldoende om het verzuim niet aan opposant toe te rekenen.

De rechtbank benadrukt dat de regels omtrent griffierechten strikt zijn en alleen bij zeer bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken. Omdat dergelijke omstandigheden niet zijn aangetoond, blijft de niet-ontvankelijkverklaring in stand en wordt het verzet ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet betalen van het griffierecht blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4539-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2025 op het verzet van

[opposant] , te [plaats] , opposant.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingediend tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere van 25 maart 2024 en verzonden op 25 april 2024.
In de uitspraak van 7 mei 2025 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan en heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 7 mei 2025 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposant het griffierecht niet heeft betaald. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 7 mei 2025 niet juist was.
3. Opposant geeft in zijn verzetschrift -kort samengevat- aan dat zowel aangetekende als niet aangetekende verzending van het besluit op bezwaar, indiening van onderhavige beroepsschrift en ontvangst van de uitspraak van de rechtbank van 7 mei 2025 niet goed zijn gegaan. Opposant ontving zowel de aangetekende als niet aangetekende post niet of vertraagd. Opposant stelt dat bij evidente verzendfouten en late ontvangst de termijnoverschrijding als verschoonbaar moet worden geacht. Hij verwijst hierbij naar een uitspraak van 27 juni 2024 van de Centrale Raad van Beroep [1] . Daarnaast lijdt opposant sinds november 2024 aan een ernstige hernia met zenuwcompressie waardoor hij fysiek beperkt is, arbeidsongeschikt en afhankelijk is van medicatie.
4. De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat dit verzuim opposant niet is toe te rekenen. Zoals ook in de uitspraak van 7 mei 2025 is overwogen heeft de rechtbank opposant op 27 november 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat opposant het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Uit de track & trace gegevens van PostNL is gebleken dat deze brief op 29 november 2024 is bezorgd op het adres van opposant. Dat opposant niet tot betaling is overgegaan dient voor zijn risico te komen. Dat de aangetekende zending van de beslissing op bezwaar 25 maart 2024 niet is ontvangen door opposant en dat de aangetekende zending met de uitspraak van de rechtbank verlaat is ontvangen door opposant, doet hier niet aan af. Opposant heeft hiermee ook niet betwist dat hij de herinneringsnota van 27 november 2024 niet heeft ontvangen.
5. De regels voor het voldoen van het griffierecht zijn streng, omdat de regels voor iedereen gelijk moeten zijn. Slechts indien iemand niet verweten kan worden dat hij het griffierecht niet heeft betaald, kan afgeweken worden van de termijnen. Dan moet het gaan om een situatie waarin iemand door zeer bijzondere omstandigheden niet in staat was om het griffierecht tijdig te voldoen, of niet in staat was iemand anders in te schakelen om dat voor hem te doen.
6. Een dergelijke uitzonderlijke situatie doet zich hier niet voor. Dat opposant gezondheidsproblemen heeft is onvoldoende voor het oordeel dat het niet (tijdig) betalen van het griffierecht opposant niet valt te verwijten.
7. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van
7 mei 2025 in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.