ECLI:NL:CRVB:2014:2338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering na geschil over arbeidsongeschiktheid werknemer
De werknemer, werkzaam als chauffeur kraanwagen, meldde zich op 12 december 2008 ziek met heupklachten en hervatte zijn werk geleidelijk. Op 8 december 2010 onderzocht een verzekeringsarts van het Uwv hem en stelde beperkingen vast, waarna op 3 januari 2011 werd vastgesteld dat hij vanaf 10 december 2010 geschikt was voor zijn maatgevende arbeid. Het Uwv besloot daarop op 4 januari 2011 geen WIA-uitkering toe te kennen.
Appellante betwistte dit en maakte bezwaar. Een bezwaararbeidsdeskundige bezocht de werkplek en concludeerde aanvankelijk dat de werknemer ongeschikt was, maar na een hoorzitting en nadere overwegingen op 11 augustus 2011 herzag hij zijn oordeel en achtte de werknemer wel geschikt. Het Uwv verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 12 augustus 2011.
De rechtbank Dordrecht bevestigde dit oordeel en wees het beroep van appellante af. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uwv zich terecht op het standpunt had gesteld dat de werknemer geschikt was voor zijn maatgevende functie vanaf 10 december 2010. De Raad vond het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige voldoende onderbouwd en appellante had geen gegevens aangevoerd die twijfel konden zaaien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.