Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag en stelde dat verweerder niet tijdig op dit bezwaar heeft beslist. Het beroep werd ingediend nadat verweerder in gebreke was gesteld en de wettelijke beslistermijn was overschreden.
De rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat verweerder nog geen besluit heeft genomen en dat het beroep gegrond is. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen een realistische termijn, conform de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, uiterlijk 13 augustus 2026 een besluit op bezwaar moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het overschrijden van deze termijn. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht.
De rechtbank sluit zich aan bij de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak over de redelijke beslistermijn bij niet tijdig beslissen op bezwaar en benadrukt dat de termijn niet onnodig lang mag zijn, maar ook niet onrealistisch kort. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en uitgesproken op 26 november 2025.