ECLI:NL:RBMNE:2025:7188
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar WIA
Op 12 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tussen eiser, vertegenwoordigd door mr. L.C.J. Schobbers, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Eiser had bezwaar gemaakt tegen een besluit van 15 april 2024, maar verweerder had niet tijdig beslist op dit bezwaar. Eiser diende zijn bezwaarschrift in op 24 mei 2024, en verweerder ontving dit op dezelfde dag. De rechtbank constateert dat verweerder te laat is met het nemen van een beslissing, wat ook door verweerder zelf is erkend in zijn verweerschrift van 24 november 2025. De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting, omdat dit in deze zaak niet nodig werd geacht.
De rechtbank legt uit dat als een bestuursorgaan niet op tijd beslist, de betrokkene eerst een ingebrekestelling moet sturen. Eiser heeft dit gedaan en verweerder heeft de ingebrekestelling op 23 september 2025 ontvangen. De rechtbank stelt vast dat er sindsdien twee weken zijn verstreken zonder dat er een beslissing is genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen twee maanden na verzending van de uitspraak een beslissing moet nemen. Tevens wordt verweerder verplicht een dwangsom van € 100,- per dag te betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit. Eiser krijgt een vergoeding van € 453,50 voor proceskosten en het griffierecht van € 53,- moet door verweerder aan eiser worden betaald. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en is openbaar uitgesproken op 12 december 2025.