In deze zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen omdat zij van mening is dat er niet tijdig is beslist op haar bezwaar van 10 januari 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank heeft geen zitting gehouden, omdat dit in deze zaak niet nodig werd geacht. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is overschreden. Eiseres heeft verweerder op 11 juli 2025 in gebreke gesteld, waarna zij op 10 september 2025 beroep heeft ingesteld. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en bepaald dat verweerder alsnog binnen een bepaalde termijn een besluit moet nemen. De rechtbank heeft daarbij verwezen naar eerdere rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de redelijke termijn voor het nemen van besluiten op bezwaar. De rechtbank heeft ook een dwangsom opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast is verweerder veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff en is openbaar uitgesproken op 3 december 2025.