ECLI:NL:RBMNE:2025:7250
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op WIA-herbeoordelingsverzoek
Eiseres heeft op 5 november 2024 een verzoek tot herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Verweerder heeft dit verzoek op 6 november 2024 ontvangen, maar heeft niet binnen de wettelijke termijn een besluit genomen. Eiseres heeft vervolgens een ingebrekestelling gestuurd, die op 13 augustus 2025 door verweerder is ontvangen. De rechtbank stelt vast dat sindsdien de wettelijke termijn van twee weken is verstreken zonder dat verweerder een beslissing heeft genomen.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien de omstandigheden, waaronder een tekort aan verzekeringsartsen, stelt de rechtbank een termijn van vier maanden vast waarbinnen verweerder het besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50, en het griffierecht van € 385,- dat eiseres heeft betaald. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen. Het beroep wordt daarmee gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen vier maanden alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.