ECLI:NL:RBMNE:2025:7268
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op verzoek herbeoordeling WIA
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het UWV op haar verzoek om herbeoordeling van een WIA-uitkering. De rechtbank oordeelt dat het beroep niet onredelijk laat is ingediend, ondanks dat het pas ruim twee jaar na ontvangst van de aanvraag is gedaan. Dit komt doordat verweerder bekend is met een groot tekort aan verzekeringsartsen, waardoor vertragingen bij herbeoordelingen gebruikelijk zijn.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 13 september 2023 heeft ontvangen en sindsdien twee weken zijn verstreken. Het beroep van eiseres is op 10 november 2025 ingediend. De rechtbank vindt dat eiseres er nog op mocht vertrouwen dat een besluit zou volgen, mede door telefonisch contact en de bekende achterstanden bij verweerder.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, moet een dwangsom van € 100,- worden betaald, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een deel van de proceskosten van eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier L. El Kabch op 19 december 2025 in Utrecht. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV wordt opgedragen binnen vier maanden alsnog een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.