ECLI:NL:RBMNE:2025:7284

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
603824
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herroeping voorlopige ondertoezichtstelling wegens vrijwillige hulpverlening en motivatie kind en moeder

De kinderrechter heeft bij beschikking van 9 december 2025 een minderjarige voorlopig onder toezicht gesteld vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling, veroorzaakt door langdurige zorgen zoals schoolverzuim, politiecontacten en spanningen binnen het gezin.

Op 19 december 2025 vond een zitting plaats waarbij het kind en de moeder hun bereidheid tot hulpverlening en motivatie tot gedragsverandering toonden. Het kind erkende haar problematisch gedrag en gaf aan open te staan voor traumabehandeling en agressieregulatie. De moeder erkende eveneens de noodzaak van ondersteuning.

De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling bevestigden dat vrijwillige hulpverlening betrokken is en dat er zicht is op het kind. De kinderrechter concludeerde dat een gedwongen maatregel niet langer noodzakelijk of proportioneel is, mede vanwege het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer en de belasting van nieuwe gezichten in een verplicht kader.

Daarom werd de voorlopige ondertoezichtstelling per 19 december 2025 herroepen en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na dagtekening.

Uitkomst: De voorlopige ondertoezichtstelling wordt herroepen omdat vrijwillige hulpverlening en motivatie van het kind en de moeder voldoende zijn om de bedreiging weg te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/16/603824 / JE RK 25-1851
Datum uitspraak: 19 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, Midden-Nederland, Utrecht,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] ,
hierna samen te noemen de ouders,
de gecertificeerde instelling
Samen Veilig Midden Nederland,
gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Bij beslissing van 9 december 2025, op schrift gesteld op 10 december 2025, heeft de kinderrechter [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI, met ingang van 9 december 2025 tot 9 maart 2026. De kinderrechter dient de belanghebbenden nog te horen op deze beslissing. Voor het verloop van de procedure tot 9 december 2025 verwijst de kinderrechter naar die beschikking.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- [A] , een vertegenwoordiger van de Raad;
- [B] en [C] , twee vertegenwoordigers van de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door op 18 december met de kinderrechter te praten. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.4.
De kinderrechter heeft direct na de zitting mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking daarvan.

2.De feiten

Voor de vaststaande feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 9 december 2025.

3.De beoordeling

Wat moet de kinderrechter beoordelen?3.1. De kinderrechter dient te beoordelen of, gelet op wat al bekend is en wat door partijen ter zitting naar voren is gebracht, voldoende gronden bestaan om de voorlopige ondertoezichtstelling in stand te laten, dan wel of aanleiding bestaat deze te herroepen en te beëindigen.
De beslissing
3.2.
De kinderrechter zal de bij beschikking van 9 december 2025 verleende voorlopige ondertoezichtstelling herroepen per 19 december 2025. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De motivering3.3. De kinderrechter stelt vast dat in de beschikking van 9 december 2025 is overwogen dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de ontwikkeling van [minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk geacht om deze bedreiging weg te nemen en een zitting kon niet worden afgewacht. Aan die spoedbeslissing lagen onder meer ten grondslag langdurige zorgen over [minderjarige] sinds 2022, waaronder schoolverzuim en betrokkenheid van de leerplichtambtenaar, herhaalde politiecontacten, ernstige spanningen in de relatie tussen [minderjarige] en haar moeder en zorgen over de gezagsuitoefening. De situatie escaleerde begin december 2025, toen [minderjarige] na een conflict met haar moeder van huis wegliep, verbleef bij een meerderjarige vriend en er politie-inzet noodzakelijk was. De vrijwillige hulpverlening slaagde er op dat moment onvoldoende in om grip te krijgen op de situatie en veiligheidsafspraken werden niet nageleefd.
3.4.
De kinderrechter stelt vast dat er nog steeds sprake is van een bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige] , maar dat de noodzaak van een gedwongen maatregel ontbreekt, omdat [minderjarige] en haar moeder vrijwillig alle noodzakelijke hulp accepteren. De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt.
3.5.
[minderjarige] heeft tijdens het gesprek met de kinderrechter verteld dat de voorlopige ondertoezichtstelling voor haar een wake up-call is geweest. Zij heeft erkend dat haar gedrag in het verleden zorgelijk is geweest en dat zij grenzen heeft overschreden. Tegelijkertijd heeft zij duidelijk verwoord dat zij verandering wil, hulp accepteert en bereid is aan zichzelf te werken. [minderjarige] heeft verteld dat zij kampt met traumatische ervaringen en problemen in de emotieregulatie, waarbij zij “van nul naar honderd” kan gaan. Zij ziet de noodzaak van traumabehandeling en agressieregulatie en staat daarvoor open. Ook is [minderjarige] recent weer naar school gegaan en geeft zij aan gemotiveerd te zijn dit vol te houden.
3.6.
De moeder heeft ter zitting verteld welke traumatische gebeurtenissen binnen het gezin hebben plaatsgevonden en welke impact deze hebben gehad op zowel [minderjarige] als haarzelf. Zij erkent dat ook zijzelf ondersteuning nodig heeft en dat zij daarvoor openstaat. Verder weegt de kinderrechter mee dat er vrijwillige hulpverlening betrokken is, waaronder het Buurtteam, waarin zowel [minderjarige] als moeder een vertrouwenspersoon hebben gevonden bij wie zij zich prettig voelen. Alle partijen ervaren deze betrokkenheid als positief en stabiliserend.
3.7.
De Raad heeft ter zitting bevestigd dat het raadsonderzoek is gestart en dat in de komende periode kan worden bezien of een maatregel in het gedwongen kader noodzakelijk is. De GI heeft daarbij terecht gewezen op de praktische realiteit dat er geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is, terwijl een vast gezicht (ook) in dit gezin en vooral voor [minderjarige] wel heel helpend is.
3.8.
De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] en haar moeder inzicht laten zien en motivatie en bereidheid om hulp te aanvaarden en om daadwerkelijk stappen zetten. Er is zicht op [minderjarige] nu er vrijwillige hulpverlening betrokken is en iedereen wil graag samenwerken. De kinderrechter is daarom van oordeel dat de voorlopige ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk en niet proportioneel is om de ontwikkelingsbedreigingen weg te nemen. Het opleggen van gedwongen hulpverlening, naast de al aanwezige vrijwillige ondersteuning is nu eerder belastend dan helpend.
3.9.
De kinderrechter vindt het knap hoe open [minderjarige] en haar moeder zijn geweest. Met alles wat er is gebeurd is het niet makkelijk om terug te kijken en te erkennen dat er dingen niet goed zijn gegaan. Maar dat doen [minderjarige] en haar moeder wel. Het lijkt erop dat iedereen ‘de knop om’ heeft en de schouders eronder wil zetten om het beter te laten gaan.
3.10.
De kinderrechter herroept om die reden de voorlopige ondertoezichtstelling.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.11.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

4.De beslissing

De kinderrechter:
4.1.
herroept de beschikking van 9 december 2025 waarbij [minderjarige] voorlopig onder toezicht is gesteld met ingang van 19 december 2025;
4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is op 19 december 2025 mondeling gegeven door mr. T. Dopheide, kinderrechter, en vastgelegd in deze beschikking die door mr. T. Dopheide, kinderrechter, en mr. C.A. Lammertink als griffier is ondertekend op 16 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.