De kinderrechter heeft bij beschikking van 9 december 2025 een minderjarige voorlopig onder toezicht gesteld vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling, veroorzaakt door langdurige zorgen zoals schoolverzuim, politiecontacten en spanningen binnen het gezin.
Op 19 december 2025 vond een zitting plaats waarbij het kind en de moeder hun bereidheid tot hulpverlening en motivatie tot gedragsverandering toonden. Het kind erkende haar problematisch gedrag en gaf aan open te staan voor traumabehandeling en agressieregulatie. De moeder erkende eveneens de noodzaak van ondersteuning.
De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling bevestigden dat vrijwillige hulpverlening betrokken is en dat er zicht is op het kind. De kinderrechter concludeerde dat een gedwongen maatregel niet langer noodzakelijk of proportioneel is, mede vanwege het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer en de belasting van nieuwe gezichten in een verplicht kader.
Daarom werd de voorlopige ondertoezichtstelling per 19 december 2025 herroepen en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na dagtekening.