Uitspraak
1.De procedure
- de brief van 6 januari 2025 van Woongroen met de actuele huurachterstand tot en met 31 januari 2025.
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder huurde woonruimte van Stichting Woongroen en werd bij verstekvonnis ontbonden wegens een huurachterstand van € 2.258,53. De huurder kwam in verzet met het argument dat de huurachterstand buiten zijn schuld was ontstaan door zijn voorlopige hechtenis en het niet doorhebben van de stopzetting van zijn Wajong-uitkering.
De kantonrechter oordeelde dat de huurachterstand inmiddels was opgelopen tot € 4.758,85 en dat dit een ernstige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst vormde. De oorzaak van de huurachterstand lag in de risicosfeer van de huurder, die ondanks zijn situatie de verantwoordelijkheid droeg om zijn financiën te beheren en de huur te betalen.
Er werd geen terme de grâce toegekend omdat de huurder voldoende tijd had gehad om zijn situatie te regelen en de huurachterstand te voldoen. Ook de stelling dat hij niet in staat was de woning te ontruimen vanwege voorlopige hechtenis werd verworpen, omdat hij de ontruiming door anderen kon laten uitvoeren.
De kantonrechter bekrachtigde het verstekvonnis, veroordeelde de huurder tot betaling van de kosten van de procedure en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Woongroen werd aanbevolen een nieuwe huurovereenkomst te sluiten indien de huurder de achterstand volledig betaalt en het hoger beroep succesvol is.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en ontruiming van de woning.