In deze beschikking van de kinderrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, uitgesproken op 12 december 2025, wordt de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2017, verlengd. De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de gezaghebbende moeder op een geheime locatie te verlengen tot 5 maart 2026. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige en haar moeder jarenlang slachtoffer zijn geweest van huiselijk geweld en intieme terreur door de vader. De vader heeft eerder een tijdelijk huisverbod gekregen en is veroordeeld voor partnermishandeling en kindermishandeling. De kinderrechter heeft de ouders gescheiden gehoord en de minderjarige heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om met de kinderrechter te praten. De kinderrechter oordeelt dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige, die momenteel op een geheime locatie verblijft. De kinderrechter benadrukt dat de wensen van de vader om contact met de minderjarige te hebben ondergeschikt zijn aan het belang van de minderjarige, die momenteel angst- en traumaklachten vertoont. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de minderjarige rust en stabiliteit kan ervaren.