Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak met producties 1 tot en met 10,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers, voormalig werknemers met een slapend dienstverband wegens arbeidsongeschiktheid, vorderden een verklaring voor recht dat gedaagde onrechtmatig handelde door hen geen bonus toe te kennen. Gedaagde was tot april 2019 aandeelhouder van de werkgever, maar had geen zeggenschap over arbeidsvoorwaarden of individuele arbeidsverhoudingen.
De bonus werd toegekend aan werknemers met een actief dienstverband op 17 april 2019, wat eisers niet hadden vanwege hun WIA-uitkering. Eisers stelden dat sprake was van indirecte discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte, maar de rechtbank volgde het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens dat de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte niet van toepassing is op gedaagde.
De rechtbank oordeelde dat de bonus een discretionaire gift was en geen arbeidsvoorwaarde, en dat gedaagde geen gezag uitoefende over eisers. Ook het formele verweer van finale kwijting faalde omdat gedaagde geen partij was bij de vaststellingsovereenkomst. De vorderingen en het verzoek tot inzage in de verdeelsleutel werden afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af omdat het handelen van gedaagde niet onder de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte valt en er geen onrechtmatig handelen is vastgesteld.