Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak met producties 1 tot en met 10,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vorderden Eisers, die een slapend dienstverband hadden, een verklaring voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig had gehandeld door hen geen bonus toe te kennen. De rechtbank Midden-Nederland oordeelde dat artikel 4 van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) niet van toepassing was. Eisers waren in 2015 arbeidsongeschikt geraakt en hun dienstverband was slapend geworden. [gedaagde], de voormalig aandeelhouder van de onderneming waar Eisers werkzaam waren, had een bonus uitgekeerd aan werknemers met een actief dienstverband, maar niet aan Eisers. De rechtbank oordeelde dat [gedaagde] geen zeggenschap had over de arbeidsvoorwaarden van Eisers en dat het handelen van [gedaagde] niet onder de reikwijdte van de Wgbh/cz viel. De vorderingen van Eisers werden afgewezen, en zij werden veroordeeld in de proceskosten.