Uitspraak
(gemachtigde: mr. D. Delibes)
het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland, verweerder
[derde-partij] B.V., uit [vestigingsplaats] , vergunninghouder
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 12 februari 2025 uitspraak gedaan in de zaak over de natuurvergunning die gedeputeerde staten van Gelderland op 13 mei 2022 aan een vergunninghouder verleenden voor het wijzigen van een eendenslachterij. Stichting DOEH en MOB waren in beroep gegaan tegen deze vergunning vanwege een onjuiste referentiesituatie bij intern salderen.
De rechtbank oordeelt dat de vergunning niet in stand kan blijven omdat de beoordeling niet voldoet aan de eisen die volgen uit de recente Rendac-uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze uitspraak wijzigt de rechtspraak over intern salderen, waardoor de referentiesituatie niet mag worden betrokken bij de vraag of significante gevolgen zijn uitgesloten. De vergunninghouder moet een passende beoordeling laten maken, gevolgd door een additionaliteitstoets.
De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding af vanwege het belang van voortvarende afhandeling en het belang van eisers om niet zonder natuurvergunning te komen. De beroepen van Stichting DOEH en MOB worden gegrond verklaard en de natuurvergunning wordt vernietigd. Het beroep van een individuele eiser wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van verwevenheid met het beschermde Natura 2000-gebied. Gedeputeerde staten worden veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan de eisers.
Uitkomst: De natuurvergunning voor de wijziging van de eendenslachterij wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van intern salderen.