ECLI:NL:RBMNE:2025:7374

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
C/16/601864 / JE RK 25-1646
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van minderjarigen in verband met huiselijk geweld en opvoedvaardigheden

Op 28 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Midden-Nederland een beschikking uitgesproken in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming over de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De kinderrechter heeft besloten om de kinderen onder toezicht te stellen voor de duur van negen maanden, met als doel de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen te waarborgen. De Raad verzocht om deze ondertoezichtstelling vanwege zorgen over de thuissituatie, waar huiselijk geweld en kindermishandeling een rol spelen. De moeder heeft aangegeven dat de vader onvoorspelbaar is en dat zij en de kinderen zich onveilig voelen. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders niet openstaan voor hulpverlening en dat eerdere vrijwillige hulp niet is geaccepteerd. De kinderrechter benadrukt dat de kinderen, door getuige te zijn van huiselijk geweld, ook slachtoffer zijn van geweld. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat deze direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De kinderrechter heeft de Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering aangewezen als de gecertificeerde instelling die de ondertoezichtstelling zal uitvoeren. De beschikking is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 19 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/601864 / JE RK 25-1646
Datum uitspraak: 28 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Midden-Nederland, Utrecht,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling
Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, hierna te noemen de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 31 oktober 2025;
- het bericht van de vader van 16 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder;
  • [A] , namens de Raad;
- [B] en [C] , namens de GI.
1.3.
De vader heeft voor de zitting doorgegeven dat hij niet aanwezig zal zijn. De kinderrechter stelt vast dat de vader juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn erkend door de vader.
2.2.
Voor zover de kinderrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden is de moeder belast met het ouderlijk gezag.
2.3.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun ouders.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De moeder is bereid om in overleg mee te werken aan hulpverlening, die passend is voor haar en haar gezin.
4.2.
De vader is het niet eens met het verzoek van de Raad. De ouders zijn volgens hem in staat om de kinderen veilig op te voeden.

5.De beoordeling

De beslissing
5.1.
De kinderrechter zal [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht stellen voor de duur van negen maanden. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De motivering
5.2.
Uit de stukken en het gesprek op de zitting volgt dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Er zijn grote zorgen over de thuissituatie waarin [minderjarige 1] en [minderjarige 2] opgroeien. Naar aanleiding van de verhalen die de ouders zelf hebben verteld bij Veilig Thuis zijn er onder meer zorgen ontstaan over de opvoedvaardigheden en sw draagkracht van beide ouders en het risico op huiselijk geweld en kindermishandeling.
5.3.
Tijdens de zitting zijn de zorgen van de kinderrechter alleen maar groter geworden. De moeder heeft op de zitting verteld dat de vader haar ruim een week geleden zonder spullen uit huis heeft gezet. De moeder verblijft sindsdien bij haar moeder en heeft de kinderen niet meer mogen zien van de vader. Dat is heel verdrietig voor de moeder, maar bovenal heel ongezond en verwarrend voor de kinderen, omdat zij nog heel jong zijn en aan de moeder zijn gehecht. De moeder vertelt verder dat de vader onvoorspelbaar is in zijn gedrag naar haar toe en dat hij haar met enige regelmaat een klap geeft. Zij ervaart hierdoor eigenlijk continue een gevoel van onveiligheid en onrust. Hoewel de moeder aangeeft dat zij er van overtuigd is dat de vader de kinderen geen pijn zal doen, heeft zij wel aangegeven dat de kinderen getuige zijn geweest van het huiselijk geweld van de vader richting de moeder. De kinderrechter benadrukt dat ook het getuige zijn van huiselijk geweld tussen ouders voor kinderen betekent dat zij slachtoffer zijn van geweld. De kinderen worden hierdoor namelijk aangetast in hun basisveiligheid en raken beschadigd.
5.4.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De ouders hebben eerder geweigerd om mee te werken aan hulpverlening die in het vrijwillig kader is aangeboden aan hen. Verder hebben zij ook niet mee willen werken aan het onderzoek door de Raad. Hierdoor is het de Raad niet gelukt om zicht te krijgen op de relatie van de ouders en het welzijn en de opvoedsituatie van de kinderen. De vader heeft in zijn brief aan de rechtbank duidelijk aangegeven dat hij niet open staat voor hulp. De moeder heeft verteld dat zij zelf bij de Scientology kerk hulp heeft gezocht voor haar en de vader, maar dat zij hem niet kan verplichten om aan deze hulp mee te werken. De moeder heeft op de zitting aangegeven dat zij liever geen bemoeienis van instanties wil, maar zij heeft ook gezegd dat zij en de kinderen professionele hulp nodig hebben om veilig te zijn. De moeder staat daarom open voor hulpverlening, mits dit bij haar holistische denkwijze past. De kinderrechter hoopt dat de moeder kan inzien dat de GI haar en de kinderen kan helpen bij wat zij nodig hebben, zodat zij de samenwerking en verbinding met de jeugdbeschermers aan kan gaan om zo de situatie voor de kinderen, maar ook voor de moeder zelf, te verbeteren.
5.5.
De kinderrechter vindt dat er zo snel mogelijk zicht moet komen op de ontwikkeling en veiligheid van de kinderen in hun huidige situatie bij de vader en dat het contact tussen de moeder en de kinderen per direct moet worden hersteld. Omdat de ouders niet (meer) bij elkaar wonen, is het ook aan de GI om te bekijken bij welke ouder de kinderen op welke momenten veilig kunnen verblijven, waarbij de GI dan naar haar bevindingen dient te handelen. Hierbij dient ook aandacht te zijn voor de vraag wie er belast is met het ouderlijk gezag over de kinderen.
5.6.
Gelet op het voorgaande, zal de kinderrechter bepalen dat tijdens de ondertoezichtstelling onder meer aan de volgende doelen zal worden gewerkt:
  • er is zicht op het welzijn en het pedagogisch opvoedingsklimaat van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] groeien op in een veilige, stabiele omgeving en hebben een (emotioneel) beschikbare opvoeder die adequaat op hun behoeften kan reageren;
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben (veilig) contact met beide ouders;
  • het is duidelijk bij welke ouder [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op welk moment veilig kunnen verblijven;
  • de ouders krijgen hulp bij de manier waarop zij onderling met elkaar omgaan, al dan niet in een relatieverband;
  • het huiselijk geweld mag niet meer plaatsvinden.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering met ingang van 28 november 2025 tot 28 augustus 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025 door mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. P.S. Bamberg als griffier, en op schrift gesteld op 19 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW.