Eiser ontving in 2022 energietoeslag en werd door het college van Almere geïnformeerd dat hij voor 2023 geen recht had op de toeslag omdat hij niet aan de voorwaarden voldeed. Eiser maakte bezwaar tegen deze beslissing, dat door het college niet-ontvankelijk werd verklaard omdat geen formele aanvraag was gedaan. De rechtbank oordeelt dat de brief van 1 december 2023 wel een besluit is waartegen bezwaar mogelijk is en vernietigt het niet-ontvankelijkheidsbesluit.
Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat eiser geen recht heeft op de energietoeslag 2023 van Almere omdat hij op de peildatum en aanvraagdatum niet meer in Almere woonde, maar in Hilversum. Eiser ontving de toeslag al van Hilversum en het woonplaatsvereiste uit artikel 40, eerste lid, van de Participatiewet staat slechts één gemeente toe om toeslag te verlenen. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt omdat dit niet zover reikt dat het college contra legem moet afwijken.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van 21 december 2023, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Het college moet het griffierecht aan eiser vergoeden.