ECLI:NL:RBMNE:2025:7449
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matiging terugvordering te veel ontvangen WIA-voorschot door UWV
Eiseres werkte bij een instelling en meldde zich ziek op 23 juni 2022. Na het uitblijven van een beslissing op haar WIA-uitkeringsaanvraag, ontving zij vanaf 4 juli 2024 een voorschot. Later wees het UWV de aanvraag af wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en vorderde het het voorschot van €11.416,15 terug. Het bezwaar van eiseres leidde tot een matiging van 25% vanwege het eigen aandeel van het UWV.
Eiseres betwistte de terugvordering en wees op haar correcte opgave van inkomsten en communicatie met het UWV, waarbij zij de indruk kreeg dat terugbetaling niet nodig was. Het UWV stelde dat eiseres zich bewust had moeten zijn van het te hoge voorschot en dat het voorschot een voorlopige betaling betrof met terugvorderingsrisico.
De rechtbank oordeelde dat het UWV alle relevante feiten had meegewogen, waaronder het eigen aandeel en het bewustzijn van eiseres over het te hoge voorschot. De matiging van 25% werd als passend beschouwd, mede gelet op vergelijkbare jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de terugvordering van €8.562,11 in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €8.562,11 blijft in stand met een matiging van 25%.