ECLI:NL:CRVB:2025:1585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugvordering te veel betaalde voorschotten WIA-uitkering met matiging wegens eigen aandeel UWV
Appellante ontving een voorschot op haar WIA-uitkering dat later lager werd vastgesteld vanwege inkomsten uit arbeid. Het UWV vorderde het te veel betaalde voorschot terug, waarbij het bedrag wegens eigen aandeel werd gematigd met 25%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellante had kunnen weten dat het voorschot te hoog was en het UWV voldoende had gemotiveerd dat terugvordering mogelijk was. Appellante stelde dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld en dat het voorschot niet teruggevorderd mocht worden.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak van de rechtbank en stelde dat het UWV terecht het voorschot terugvorderde, maar dat de matiging van 25% passend was gezien het eigen aandeel van het UWV en het bewustzijn van appellante over de te hoge voorschotten.
De Raad oordeelde dat het UWV alle relevante omstandigheden had meegewogen, waaronder de korte periode van te hoge voorschotten en het feit dat appellante het bedrag snel had terugbetaald zonder financiële problemen. Het beroep tegen de matiging werd ongegrond verklaard.
De Raad bepaalde dat appellante het betaalde griffierecht vergoed krijgt en dat de terugvordering van € 2.954,15 in stand blijft.
Uitkomst: De terugvordering van € 2.954,15 aan te veel betaalde WIA-voorschotten blijft in stand met een matiging van 25%.