Uitspraak
1.[eiseres sub 1] ,2. [eiser sub 2] ,
1.[gedaagde sub 1 (VOF)] ,
2.
[gedaagde sub 2],
3.
[gedaagde sub 3],
4. [gedaagde sub 4 (VOF)] ,
5.
[gedaagde sub 5],
6.
[gedaagde sub 6],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 1 (VOF)] ;
2.Kern van de zaak
3.De beoordeling
- de betonvloer is niet geïsoleerd;
- er ontbreekt een vorstrand;
- er ontbreekt een waterkering;
- de vloer is ongeschikt om te dienen als ondergrond van de aanbouw.
- [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] hadden [gedaagde sub 1 (VOF)] in het najaar van 2021 gevraagd een betonnen vloer te storten achter hun huis;
- ze hadden [gedaagde sub 1 (VOF)] gevraagd eenzelfde vloer te storten als hij ook had gestort bij de vader van [eiseres sub 1] . Bij haar vader was een vloer gestort waarop een aanbouw was gerealiseerd;
- het ging om een vloer achter een nieuwe woning die in 2020 was gebouwd;
- de beide buurpanden waren voorzien van een aanbouw, waar de te storten vloer tussen in werd aangelegd.
- i) de dakbedekking gebrekkig is;
- ii) de dakopstand van de lichtstraat te laag is, en;
- iii) [gedaagde sub 4 (VOF)] het lood onjuist zou hebben aangebracht bij de aansluiting van de aanbouw.
in geheel in zeer slecht” is. Daarna hebben [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] [onderneming 3] ( [onderneming 3] ) ingeschakeld. [onderneming 3] heeft haar bevindingen toegelicht in een rapport (die door [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] is overgelegd).
4.De beslissing
woensdag 14 januari 2026voor het nemen van een akte door beide partijen over wat is vermeld onder 3.22;