ECLI:NL:RBMNE:2025:7504

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
UTR 25/2876 T2
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging termijn herstel gebreken in besluit provincie Utrecht omgevingsrecht

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 19 december 2025 een tweede tussenuitspraak gedaan in een geschil tussen het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, eisers en een vergunninghoudster.

De rechtbank had in een eerdere tussenuitspraak van 14 oktober 2025 gedeputeerde staten de gelegenheid gegeven om binnen acht weken de geconstateerde gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Deze gebreken betroffen onder meer de motivering van de kwalitatieve noodzaak van een bouwproject en de effecten daarvan op de woningmarkt, alsmede de motivering omtrent het ontbreken van alternatieven die minder impact hebben op het foerageergebied van de das.

Gedeputeerde staten verzochten vervolgens om verlenging van de termijn met vier weken om aanvullend onderzoek te kunnen verrichten en een aanvullend rapport op te stellen. De rechtbank heeft dit verzoek gemotiveerd en binnen de oorspronkelijke termijn ontvangen, en heeft het verlengd tot 6 januari 2026. De vergunninghoudster stemde in met het uitstel, terwijl eisers niet reageerden.

De rechtbank besloot verder iedere andere beslissing aan te houden tot de einduitspraak in deze zaak. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open, maar dit kan gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de termijn voor gedeputeerde staten tot 6 januari 2026 om gebreken in het besluit te herstellen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2876 T2

tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen

1.
[eiser sub 1], en
2.
[eiser sub 2],
beiden uit [plaats] ,
samen eisers,
(gemachtigde van eiser 2.: eiser 1.),
en

het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Aperloo).
Als derde partij neemt aan de zaak deel:
[vergunninghoudster] B.V.(vergunninghoudster) (gemachtigde: mr. C. Schipperus).
Partijen worden in deze uitspraak eisers, gedeputeerde staten en vergunninghoudster genoemd.

Procesverloop

1. In de tussenuitspraak van 14 oktober 2025 [1] (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank gedeputeerde staten in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, de gebreken in het bestreden besluit te herstellen.
2. Gedeputeerde staten kunnen het eerste geconstateerde gebrek herstellen door een op het bouwproject toegesneden motivering te geven van de kwalitatieve noodzaak van het project en de effecten daarvan op andere segmenten van de woningmarkt in de (regio) Soest. Daarnaast kunnen gedeputeerde staten het tweede geconstateerde gebrek herstellen door inzichtelijk te motiveren dat er geen andere bevredigende oplossingen bestaan die minder verstrekkende gevolgen hebben voor essentieel foerageergebied van de das. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak.
3. Bij brief van 5 december 2025 hebben gedeputeerde staten de rechtbank verzocht de in de tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen. Na telefonisch contact tussen de griffier en de gemachtigde van gedeputeerde staten is gebleken dat het om vier weken gaat. Vergunninghouder is akkoord met het verlenen van uitstel aan gedeputeerde staten. Eisers hebben niet gereageerd op het uitstelverzoek.

Overwegingen

4. Gedeputeerde staten hebben het verzoek om verlenging van de termijn om de gebreken te herstellen gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak.
5. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank zo’n verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd.
6. Gedeputeerde staten willen gebruik maken van de gelegenheid om de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken in het bestreden besluit te herstellen. De reden waarom gedeputeerde staten de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijn is dat zij meer tijd nodig hebben voor het opstellen van een aanvullend rapport.
7. De rechtbank ziet in de onderbouwing van het verzoek – en nu niet is gebleken van zwaarwegende bezwaren van de andere partijen – aanleiding om de termijn uit de tussenuitspraak met vier weken te verlengen tot 6 januari 2026. Het verlengen van de termijn dient het doel van geschilbeslechting tussen partijen.
8. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.

Beslissing

De rechtbank:
- stelt gedeputeerde staten tot 6 januari 2026 in de gelegenheid om de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, voorzitter, en mr. J.W. Veenendaal en mr. P. Mendelts, leden, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.