In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 19 december 2025 een tweede tussenuitspraak gedaan in een geschil tussen het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, eisers en een vergunninghoudster.
De rechtbank had in een eerdere tussenuitspraak van 14 oktober 2025 gedeputeerde staten de gelegenheid gegeven om binnen acht weken de geconstateerde gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Deze gebreken betroffen onder meer de motivering van de kwalitatieve noodzaak van een bouwproject en de effecten daarvan op de woningmarkt, alsmede de motivering omtrent het ontbreken van alternatieven die minder impact hebben op het foerageergebied van de das.
Gedeputeerde staten verzochten vervolgens om verlenging van de termijn met vier weken om aanvullend onderzoek te kunnen verrichten en een aanvullend rapport op te stellen. De rechtbank heeft dit verzoek gemotiveerd en binnen de oorspronkelijke termijn ontvangen, en heeft het verlengd tot 6 januari 2026. De vergunninghoudster stemde in met het uitstel, terwijl eisers niet reageerden.
De rechtbank besloot verder iedere andere beslissing aan te houden tot de einduitspraak in deze zaak. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open, maar dit kan gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak worden ingesteld.