ECLI:NL:RBMNE:2025:755

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 februari 2025
Publicatiedatum
25 februari 2025
Zaaknummer
589047
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken doelmatigheid verplichte zorg

Betrokkene verblijft momenteel onder een crisismaatregel bij GGz Centraal. De burgemeester heeft deze maatregel op 19 februari 2025 afgegeven. De officier van justitie verzocht de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken.

Tijdens de mondelinge behandeling op 21 februari 2025 werden betrokkene, haar advocaat, een psychiater en een arts in opleiding gehoord. De arts gaf aan dat betrokkene lijdt aan een complexe PTSS in combinatie met een vermijdende persoonlijkheidsstoornis. Ondanks diverse behandelingen is het suïciderisico verhoogd, maar de effectiviteit van voortzetting van verplichte zorg wordt betwijfeld vanwege het escalerende effect van een klinische setting.

De psychiater onderschreef deze twijfels en stelde Intensive Home Treatment als alternatief voor. De advocaat pleitte voor afwijzing van het verzoek wegens het ontbreken van doelmatigheid. De rechtbank concludeerde dat verplichte zorg niet doelmatig is en de situatie waarschijnlijk zal verergeren, ondanks de ernst van de situatie. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het ontbreken van doelmatigheid van verplichte zorg.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/589047 / FV RK 25-442
Datum uitspraak: 21 februari 2025
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
verblijvende bij GGz Centraal, [locatie] in [verblijfplaats] ,
advocaat: mr. C. Simmelink.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 20 februari 2025 ontvangen en neemt deze mee in haar beoordeling.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 februari 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [A] , psychiater;
- [B] , arts i.o.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij GGz Centraal, [locatie] in [verblijfplaats] . De burgemeester van [plaats] heeft de crisismaatregel op 19 februari 2025 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken te verlenen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Er is niet voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
4.2.
De arts heeft ter zitting uitgelegd dat er sprake is van een complexe PTTS in combinatie met een vermijdende persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene heeft de afgelopen jaren alle mogelijke behandelingen voor de PTSS doorlopen, maar helaas zonder het gewenste resultaat. Hij legt uit dat er momenteel nog steeds sprake is van een verhoogd suïciderisico, waarvoor een voortzetting crisismaatregel is aangevraagd. Echter, hij zegt daarbij dat er twijfels zijn over de doelmatigheid, vooral gelet op de persoonlijkheidsstoornis. De gedwongen klinische setting heeft een escalerend effect, doordat de spanningen bij betrokkene dan juist erg hoog oplopen. Hij geeft aan dat Intensive Home Treatment een goede optie kan zijn voor betrokkene, ondanks dat er sprake is van gevaarlijk gedrag in een complexe situatie. De psychiater sluit zich hierbij aan.
4.3.
De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek, vanwege het ontbreken van de doelmatigheid.
4.4.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afwijzen, omdat zij op grond van de verklaringen van de gehoorde personen tot de overtuiging is gekomen dat een gedwongen kader met verplichte zorg niet doelmatig en effectief is. Hoewel er sprake is van een zeer zorgelijke en ernstige situatie, zal verplichte zorg de situatie naar verwachting verergeren in plaats van verbeteren. Verplichte zorg is daarom niet doelmatig.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2025 door mr. T. Dopheide, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 25 februari 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.