ECLI:NL:RBMNE:2025:80

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 januari 2025
Publicatiedatum
16 januari 2025
Zaaknummer
11441697 MC EXPL 24-8036
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugvordering opleidingskosten door detacheerder na niet slagen opleiding vrachtwagenrijbewijs

De eisende partij, een detacheringsbureau, heeft een gedetacheerde in dienst gehad die een opleiding tot vrachtwagenchauffeur volgde om bij meer opdrachtgevers te kunnen werken. De gedetacheerde is niet geslaagd voor het CE-rijbewijs ondanks extra lessen en herexamens. De detacheringsovereenkomst eindigde van rechtswege in mei 2023.

De detacheerder vordert betaling van de opleidingskosten van €5.129,90 vermeerderd met rente en incassokosten, omdat de gedetacheerde de factuur niet heeft voldaan. De gedetacheerde is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend.

De kantonrechter stelt vast dat de gedetacheerde niet als consument kan worden aangemerkt omdat de opleiding werd gevolgd met het oog op het uitoefenen van een beroep. Daarom is geen sprake van consumentenbescherming. De vordering wordt toegewezen, met een veroordeling tot betaling van het bedrag vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten, waarbij een deel van de incassokosten wordt afgewezen wegens niet-conforme tarieven.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de opleidingskosten en bijkomende kosten, vermeerderd met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
zaaknummer: 11441697 MC EXPL 24-8036
Verstekvonnis d.d. 15 januari 2025
inzake
[eiseres] B.V.
gevestigd te [vestigingsplaats]
gemachtigde AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders Juristen Incassospecialisten, gerechtsdeurwaarder
eisende partij,
tegen
[gedaagde]
wonende [adres]
[postcode] [woonplaats]
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft een vordering ingesteld tegen de gedaagde partij.
1.2.
De gedaagde partij heeft niet (tijdig) op de vordering gereageerd en ook geen uitstel gevraagd om op een later moment te mogen reageren. Daarom heeft de kantonrechter verstek verleend tegen de gedaagde partij.
1.3.
Daarop volgt nu dit vonnis.

2.De overwegingen van de kantonrechter

Waar gaat de zaak over?
2.1.
De eisende partij detacheert personeelsleden aan en verzorgt beroepsopleidingen voor (onder andere) de vervoerssector. De gedaagde partij is in december 2020 in dienst getreden bij de eisende partij als bezorger bij verschillende opdrachtgevers. Later heeft de eisende partij hem de mogelijkheid geboden om een opleiding tot vrachtwagenchauffeur te volgen, opdat hij bij meer opdrachtgevers zou kunnen worden ingezet. Partijen hebben in dat kader op 25 juni 2021 een opleidingsovereenkomst gesloten, waarmee de gedaagde partij in staat werd gesteld om bij een extern opleidingsinstituut de opleiding voor het CE-rijbewijs te volgen. De gedaagde partij is aan de opleiding begonnen maar is, ondanks extra lessen en herexamens, niet geslaagd. De detacheringsovereenkomst tussen de eisende partij en de gedaagde partij is op 31 mei 2023 van rechtswege geëindigd.
2.2.
De eisende partij wil dat de gedaagde partij de opleidingskosten betaalt, vermeerderd met de eventuele kosten van extra lessen en/of herexamens. Voor deze kosten heeft de eisende partij de gedaagde partij een factuur gestuurd van € 5.129,90. De gedaagde partij heeft deze factuur niet betaald. De eisende vordert nu betaling van de factuur vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten.
Wat vindt de kantonrechter ervan?
2.3.
Met de eisende partij is de kantonrechter – evenals de kantonrechter in Haarlem in haar vonnis van 24 januari 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:594 – van mening dat de gedaagde partij in de geschetste context niet is aan te merken als een consument. De gedaagde partij is de overeenkomst namelijk aangegaan met als doel het CE-rijbewijs te halen, ten behoeve van het (in de toekomst) uitoefenen van een beroep of bedrijf. Van (ambtshalve) toetsing door de kantonrechter van de naleving van een aantal belangrijke consumentenbeschermende bepalingen is daarom geen sprake.
2.4.
De vordering zal, nu deze de kantonrechter verder niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, bij verstek worden toegewezen op de in de beslissing vermelde wijze.
2.5.
De gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen met dien verstande, dat de informatiekosten (gedeeltelijk) worden afgewezen, nu de vordering op dit punt niet in overeenstemming is met de landelijk gehanteerde tarieven (vgl. de aanbeveling ‘Kosten voor raadplegen registers of opvragen uittreksels uit registers’) op www.rechtspraak.nl. De proceskosten van de eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 113,54
- griffierecht € 524,00
- salaris gemachtigde € 339,00 (1 punt(en) x tarief € 339,00)
- nakosten
€ 135,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.111,54.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen € 6.241,09, vermeerderd met de wettelijke rente over € 5.129,90 vanaf 19 november 2024 tot de voldoening;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 1.111,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2025.
Grosse afgegeven aan de gemachtigde van de eisende partij d.d. 15 januari 2025