Verzoekster diende op 17 september 2024 beroep in tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het niet tijdig had beslist op haar verzoek van 6 november 2023 om herbeoordeling in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).
Nadat verweerder op 15 oktober 2024 alsnog een besluit had genomen, trok verzoekster haar beroep in en vroeg zij vergoeding van haar proceskosten. Verweerder stelde een lagere wegingsfactor voor bij de berekening van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de voorgestelde wegingsfactor te laag was en stelde de proceskosten vast op €453,50. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van €371,- rechtstreeks door verweerder aan verzoekster vergoed moet worden volgens de Awb.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting, op basis van de ingediende stukken, en de rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten aan verzoekster.