Uitspraak
handelend onder de naam [handelsnaam],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 6;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek met productie 7;
- de conclusie van dupliek.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
Tijdens de levering op ons adres (…) zijn tevens vier pallets meegeleverd waar de goederen op stonden. Deze pallets niet door [eiseres] B.V. retour genomen, maar zijn bij ons achtergelaten (…). In de avond heb ik, [A] met een pompwagen de pallets verder in de schuur gereden.” De kantonrechter gaat uit van de juistheid van deze verklaring. [gedaagde] heeft namelijk enkel in zijn algemeenheid aangevoerd dat die verklaring niet klopt en dat is niet voldoende om de juistheid ervan in twijfel te trekken. Dat [gedaagde] op het moment van aflevering telefonisch contact met de chauffeur heeft gehad over de plaats waar de goederen konden staan en over de wijze van aflevering heeft hij niet onderbouwd met een overzicht van de belgeschiedenis van zijn telefoon of een verklaring van de betreffende chauffeur. Ook heeft hij niet (met bijvoorbeeld een foto) onderbouwd dat de materialen afgestapeld (zonder pallets) zijn geleverd. Dit had wel op zijn weg gelegen, gelet op de verklaring die is overgelegd en waaruit het tegenovergestelde blijkt. Dat op de – bij de verklaring – overgelegde foto slechts drie pallets zichtbaar zijn, doet verder aan de inhoud van die verklaring niets af en het standpunt van [gedaagde] dat de pallets op die foto zien op een andere levering is opnieuw niet onderbouwd. Omdat [gedaagde] zijn standpunt onvoldoende heeft onderbouwd, wordt hij hierin niet gevolgd. Hiermee komt vast te staan dat de pallets tegelijk met de goederen zijn achtergebleven. Dit betekent dat er voor de levering van de pallets, waarvan niet is gebleken dat deze op enig moment zijn geretourneerd, een betalingsverplichting bestaat voor [gedaagde] . De hoofdsom van € 106,60 zal daarom worden toegewezen.