Eiseres leverde zonnepanelen aan een klant van gedaagde. De kern van het geschil was of gedaagde als opdrachtgever kon worden beschouwd en daarmee gehouden was tot betaling van de facturen van maart en april 2024.
De kantonrechter stelde vast dat er een overeenkomst tot stand is gekomen tussen eiseres en gedaagde voor de levering van 18 zonnepanelen, mede op basis van een telefonisch contact en WhatsAppberichten die het adres voor levering bevestigden. Gedaagde betwistte dit onvoldoende gemotiveerd.
De levering van de zonnepanelen vond daadwerkelijk plaats bij de klant van gedaagde, waardoor gedaagde gehouden is tot betaling van de factuur van 23 april 2024 minus een creditnota. De factuur van 23 maart 2024, die betrekking had op andere goederen, werd niet toegewezen omdat eiseres de betwisting van gedaagde hierover niet heeft weersproken.
Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot betaling van wettelijke handelsrente over het toegewezen bedrag vanaf de vervaldatum en tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, gematigd tot het proportionele bedrag. Ook de proceskosten werden aan eiseres toegewezen.
Het vonnis werd uitgesproken door de kantonrechter van Rechtbank Midden-Nederland op 26 februari 2025.