Eiser werd op 5 januari 2024 aangehouden onder invloed van alcohol met een gehalte van 930 μg/l (2,139 ‰). Na onderzoek door een psychiater op 5 april 2024 werd vastgesteld dat sprake is van een lichte stoornis in het gebruik van alcohol en dat eiser pas na een recidiefvrije periode van een jaar opnieuw geschikt kan worden bevonden om te rijden.
Het CBR verklaarde het rijbewijs van eiser ongeldig met ingang van 17 juni 2024, conform artikel 134, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011. Eiser betwistte het rapport van de psychiater niet en bracht geen contra-expertise in.
Eiser voerde aan dat de recidiefvrije periode van een jaar onevenredig is, omdat hij zijn baan verloor en het rijbewijs nodig heeft voor werk. De rechtbank overwoog dat hoewel het besluit impact heeft gehad, het belang van verkeersveiligheid zwaarder weegt dan de persoonlijke gevolgen voor eiser. Er waren geen bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat de regeling buiten toepassing wordt gelaten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat eiser terecht niet rijgeschikt is verklaard en zijn rijbewijs ongeldig is verklaard. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten.