Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
De organisatie
3.Het akkoord en de stemming
4.Het verzoek
“naar de waarde van de onderneming, in faillissement bestaande uit het te vereffenen vermogen van (enkel) de schuldenaar. Het is immers slechts die waarde waar de gezamenlijkheid van schuldeisers en aandeelhouders aanspraak op heeft. En slechts de eerlijke verdeling van die waarde is waar deze bepaling op ziet.” (zie Rb. Limburg 8 oktober 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:8851). De mogelijke opbrengst van de verkoop van de auto's bij terugname kan op basis hiervan niet worden betrokken bij deze afweging, aldus [verzoekster] .