De gecertificeerde instelling (GI) heeft een minderjarige overgeplaatst van het eerdere pleeggezin naar een nieuw pleeggezin zonder voorafgaande toestemming van de kinderrechter, terwijl deze toestemming wettelijk vereist is omdat de minderjarige langer dan een jaar in het eerdere pleeggezin verbleef.
De kinderrechter erkent dat de GI in deze situatie geen andere optie had, omdat de eerdere pleegouders begin december aangaven de plaatsing niet langer houdbaar te achten. Ondanks inzet van hulpverlening en ondersteuning bleek de situatie onhoudbaar, waardoor een spoedige overplaatsing noodzakelijk was.
De kinderrechter weegt het belang van de minderjarige en constateert dat het nieuwe pleeggezin beter aansluit bij diens behoeften en perspectief biedt. De overplaatsing is rustig en goed verlopen, en het contact met ouders, broertjes en eerdere pleegouders wordt zorgvuldig onderhouden.
Gezien deze omstandigheden wordt het verzoek van de GI tot wijziging van de verblijfplaats van de minderjarige toegestaan en wordt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de beslissing direct geldt, ook bij hoger beroep van de ouders.