ECLI:NL:RBMNE:2025:944
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst en verrekeningsverweer bij oneerlijke concurrentie afgewezen
Eiser heeft op basis van een overeenkomst van opdracht werkzaamheden verricht voor gedaagde en hiervoor €16.456 in rekening gebracht. Gedaagde betwist betaling met een verrekeningsverweer, stellende dat eiser haar schade van €20.000 toebrengt door oneerlijke concurrentie.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd dat zij een schadevergoeding aan haar toekomt. Er was geen geldend non-concurrentiebeding meer en geen contractuele afspraken die concurrentie beperkten. De stelling dat eiser onrechtmatig heeft gehandeld door het niet inlichten over voortzetting van werkzaamheden bij een klant wordt verworpen wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank wijst de vordering van eiser toe, veroordeelt gedaagde tot betaling van de factuur, wettelijke handelsrente vanaf 15 juni 2024, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €16.456,00 met rente, incassokosten en proceskosten; verrekeningsverweer wordt afgewezen.