Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, waarop verweerder niet tijdig heeft beslist. De rechtbank had eerder al een termijn gesteld voor besluitvorming, maar verweerder heeft niet binnen die termijn gehandeld.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is verstreken en dat meer dan zestig weken zijn verstreken sinds het verstrijken van die termijn. Gelet op vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, bepaalt de rechtbank dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. De rechtbank motiveert dit bedrag vanwege het ontbreken van weigerachtigheid en het belang van eiseres.
Verweerder wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres en het vergoeden van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler en uitgesproken op 6 maart 2026.