Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Dienst Toeslagen, verweerder
Inleiding
Overwegingen
Verweerder moet alsnog een besluit nemen
Beslissing
te ondertekenen
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar van 17 juni 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiser het beroep tijdig heeft ingediend na ingebrekestelling.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en bepaalt een realistische beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn. Voor deze zaak betekent dit dat de uiterste beslistermijn op 15 december 2026 ligt.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de Dienst Toeslagen de beslistermijn overschrijdt. Omdat inmiddels 42 dagen zijn verstreken, wordt de dwangsom vastgesteld op €1.442. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €467 en het betaalde griffierecht van €53 aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen de gestelde termijn een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.