Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
,verweerder
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, werkzaam als [functie], meldde zich op 26 oktober 2021 ziek en ontving een IVA-uitkering van het UWV. Na een verzoek tot herziening van het WIA-dagloon stelde het UWV het dagloon opnieuw vast, waarbij het bezwaar van eiseres ongegrond werd verklaard. Eiseres stelde dat het UWV onzorgvuldig was en dat bepaalde maanden ten onrechte buiten beschouwing waren gelaten bij de dagloonberekening.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen loongegevens had ingebracht tijdens de bezwaarfase en dat het UWV terecht uitging van de polisadministratie. De maanden oktober 2020 en april, mei en juni 2021 werden terecht buiten beschouwing gelaten omdat eiseres onvoldoende onderbouwing leverde. De maand maart 2021 werd correct meegenomen, ondanks dat vakantiegeld in die maand werd uitbetaald.
De rechtbank concludeerde dat het UWV het dagloon conform het Dagloonbesluit en de Beleidsregels correct had vastgesteld en wees het beroep af. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van het WIA-dagloon door het UWV wordt ongegrond verklaard.