Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een WIA-uitkering toegekend gekregen, maar het UWV berekende het dagloon inclusief loonloze tijdvakken, wat resulteerde in een lager dagloon dan bij WW-uitkeringen. Appellant stelde dat deze berekeningswijze leidt tot ongerechtvaardigde discriminatie op grond van handicap.
De rechtbank wees het beroep af, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat het verschil in behandeling tussen WW- en WIA-gerechtigden bij de berekening van het dagloon een onderscheid op grond van handicap vormt. Dit onderscheid is niet objectief gerechtvaardigd en schendt artikel 14 EVRM Pro en artikel 1 van Pro het Twaalfde Protocol.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en bepaalde dat het UWV het dagloon opnieuw moet vaststellen waarbij loonloze tijdvakken buiten beschouwing worden gelaten, conform de regeling voor WW-dagloon. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het UWV moet het WIA-dagloon opnieuw berekenen met buiten beschouwing laten van loonloze tijdvakken.