Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Samenvatting
Procesverloop en de totstandkoming van het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
het oordeel in het bestreden besluit dat eiseres een bedrag zou hebben ontvangen op 30 november 2022 uit de nalatenschap van haar moeder is ongefundeerd en ongemotiveerd’terwijl in beroep enkel hetgeen onder punt 3 staat vermeld is ingebracht, zonder nadere concretisering of onderbouwing. Het college daarentegen heeft in het bestreden besluit en het verweerschrift uitgebreid en onder verwijzing naar jurisprudentie gemotiveerd dat en waarom een bedrag van € 13.815,59 van eiseres kan worden teruggevorderd, en waarom deze gronden niet slagen. De gemachtigde van verzoekster heeft verzuimd te onderbouwen of te concretiseren waarom de reactie van het college en de daarbij benoemde jurisprudentie volgens hem niet juist of toereikend is. Dat eiser het niet eens is met de overwegingen van het college, maakt niet dat de overwegingen daarom onjuist zijn of het besluit onvoldoende (zorgvuldig) gemotiveerd is. De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting gesteld dat het college er bij de vaststelling van het vermogen op de peildatum rekening mee had moeten houden dat de waarde van de woning ten tijde van het overlijden van de moeder aanzienlijk lager minder was dan ten tijde van de verkoop. Dit kan naar het oordeel van de rechtbank niet tot een ander oordeel leiden, omdat ook deze stelling geenszins is onderbouwd of geconcretiseerd. De stelling van de gemachtigde dat dit naar zijn mening zeker een bedrag van € 3.000,00 betreft, is in ieder geval onvoldoende onderbouwing. Hierbij merkt de rechtbank nog op dat de gemachtigde van eiseres, ondanks een expliciet verzoek hiertoe van de zijde van het college, geen nadere gegevens heeft verstrekt omtrent de vermogensbestanddelen per datum van het overlijden van de moeder van eiseres.