Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser(gemachtigde: B.A.M. Slockers)
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , de heffingsambtenaar
Inleiding
Overwegingen
- een vrijstaande garage van 20 m²;
- een vrijstaande garage van 16 m²;
- een kelder van 7 m²;
- een vrijstaande berging.
- [adres 2] , verkocht op 8 juni 2023 voor € 760.000,-;
- [adres 3] , verkocht op 21 september 2022 voor € 417.017,-;
- [adres 4] , verkocht op 10 februari 2023 voor € 745.000,-;
- [adres 5] , verkocht op 8 april 2022 voor € 552.500,-;
- [adres 6] , verkocht op 19 oktober 2022 voor € 405.000,-;
- [adres 7] , verkocht op 20 mei 2022 voor € 595.000,-.
[adres 3],
[adres 4]en
[adres 6]. De referentiewoningen aan de
[adressen] , nummers [nummer] , [nummer] en [nummer], liggen daarentegen in waardegebied ‘ [nummer] ’, waar de grondprijs per m2 lager is. Door de taxateur is uitgelegd dat de reden voor dit verschil is dat de referentiewoningen die in waardegebied ‘ [nummer] ’ liggen dichter op de weg staan en ook aan een drukker gedeelte van de [straat] zijn gelegen dan het deel van de [straat] waar de woning van eiser staat, dat in waardegebied ‘ [nummer] ’ ligt. De taxateur heeft toegelicht dat als gevolg daarvan er ook een verschil in verkoopprijzen in de verschillende waardegebieden is te zien. De rechtbank kan gelet daarop volgen dat sprake is van verschillende waardegebieden waarvoor de heffingsambtenaar verschillende grondprijzen per m2 hanteert. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank merkt daar ten overvloede nog over op dat ook als alleen zou worden vergeleken met de referentiewoningen die net als de woning van eiser in waardegebied ‘ [nummer] ’ zijn gelegen, nog steeds aannemelijk is dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Ook ten opzichte van die referenties geldt dat de prijs per m2 woonoppervlakte waarvan voor de beschikte waarde is uitgegaan, lager ligt dan die van de referentiewoningen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. T. Mennen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026.