ECLI:NL:RBMNE:2026:1160
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Coenen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, die sinds 2012 arbeidsongeschikt is, vroeg om herbeoordeling van zijn WIA-uitkering wegens vermeende toegenomen klachten. Het UWV wees de aanvraag af omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank toetste of het UWV terecht op basis van medische rapporten en arbeidsdeskundige beoordelingen tot dit besluit kwam.
De verzekeringsarts had het medisch dossier zorgvuldig bestudeerd en een functionele mogelijkhedenlijst opgesteld die rekening hield met zowel psychische als fysieke klachten. De rechtbank vond geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van deze medische beoordeling, mede omdat eiser geen aanvullende medische informatie overlegde. Ook het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de arbeidsdeskundige de voorbeeldfuncties passend had geselecteerd, waarbij de beperkte Nederlandse taalvaardigheid van eiser geen belemmering vormde. De functies vereisten geen hoge taalvaardigheid en waren eenvoudig van aard. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht het arbeidsongeschiktheidspercentage op 25,55% had vastgesteld, waardoor eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat het UWV de arbeidsongeschiktheid correct heeft vastgesteld.