Eiser, eigenaar van een pand met een mandelige scheidingsmuur, verzocht het college om handhavend op te treden vanwege het ontbreken van een constructief veilige ondersteuning van deze muur. Na diverse onderzoeken, waaronder een 3D-scan, stelde het college vast dat de muur weliswaar scheef staat, maar niet constructief onveilig is. Het college wees het handhavingsverzoek af, wat leidde tot bezwaar en beroep.
De rechtbank oordeelde dat het college voldoende onderzoek had verricht en dat het primair de verantwoordelijkheid van de eigenaar is om de technische staat van het bouwwerk te laten onderzoeken. De rechtbank benadrukte dat het niet de taak van het college is om diepgaand onderzoek te verrichten op kosten van de gemeenschap wanneer de eigenaar twijfelt over de bouwkundige staat.
Verder concludeerde de rechtbank dat de scheefstand niet automatisch leidt tot een overtreding van het Bouwbesluit 2012 en dat het college terecht afzag van handhavend optreden. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het college alsnog tijdig had beslist. De rechtbank kende eiser een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.