Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de ingangsdatum van aanvullende algemene bijstand toegekend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht. Eiser stelt dat de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021 had moeten worden toegekend, terwijl het college de bijstand heeft toegekend vanaf 4 april 2025.
Eiser voert aan dat hij zich al in 2020 of begin 2021 telefonisch bij de gemeente heeft gemeld en dat hij eerder digitaal een aanvraag heeft gedaan, ondersteund door screenshots. De rechtbank stelt vast dat op grond van de Participatiewet bijstand in beginsel wordt toegekend vanaf de datum van melding en dat alleen onder bijzondere omstandigheden hiervan kan worden afgeweken.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich eerder heeft gemeld, mede omdat het college een registratie van meldingen bijhoudt en een dergelijke registratie ontbreekt. De screenshots betreffen een aanvraag voor bijzondere bijstand, niet voor algemene bijstand. Ook zijn er geen bijzondere omstandigheden die een terugwerkende kracht rechtvaardigen, aangezien eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in staat was zich eerder te melden of dat hij door het college is afgehouden.
Daarom blijft het besluit van het college in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.