Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1257

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
C/16/605804 / FO RK 25-62
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging eenhoofdig gezag en omgangsregeling wegens conflicten ouders

De ouders zijn gescheiden en hebben samen het gezag over hun minderjarige zoon, die bij de moeder woont. Vanwege langdurige conflicten en problematische communicatie tussen de ouders, die het welzijn van het kind bedreigen, is de minderjarige onder toezicht gesteld. Pogingen tot verbetering via hulpverlening en de gecertificeerde instelling hebben geen effect gehad.

De moeder verzoekt de rechtbank om het gezag eenhoofdig aan haar toe te kennen en de omgangsregeling te wijzigen om rust te creëren. De vader verzet zich hiertegen. De rechtbank oordeelt dat gezamenlijk gezag niet langer in het belang van het kind is, omdat de ouders niet in staat zijn tot gezamenlijke besluitvorming en de conflicten het kind schaden.

De rechtbank kent het gezag eenhoofdig toe aan de moeder en wijzigt de omgangsregeling zodanig dat de vader het kind in even weken en tijdens bepaalde vakanties en feestdagen ontvangt, met duidelijke afspraken over overdracht en opvanglocaties. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: De rechtbank kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder en wijzigt de omgangsregeling om het belang van het kind te dienen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/605804 / FO RK 26-62
Gezag en omgang
Beschikking van 1 april 2026
in de zaak van:
[de moeder],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. J.K. Kemper,
tegen
[de vader],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. M. Kaouass,
met als belanghebbenden
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Utrecht.
de gecertificeerde instelling
Samen Veilig Midden-Nederland,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Utrecht.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift van de moeder (met bijlagen), binnengekomen op 21 januari 2026;
  • het bericht van de moeder (met bijlagen) van 12 februari 2026;
  • het bericht van de moeder (met bijlagen) van 13 februari 2026;
  • het verweerschrift van de vader (met bijlagen), binnengekomen op 18 februari 2026.
1.2.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 24 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader met zijn advocaat;
  • mevrouw [A] en mevrouw [B] namens de Raad;
  • meneer [C] namens de GI.
1.3.
De rechtbank heeft de minderjarige [minderjarige] , de zoon van de ouders, niet gevraagd wat hij van de verzoeken vindt. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.

2.Waar de procedure over gaat

2.1.
De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest.
2.2.
Zij hebben samen een kind:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] . [minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] nemen.
2.4.
In de beschikking van 9 januari 2024 heeft de rechtbank de moeder vervangende toestemming gegeven om [minderjarige] in te schrijven op een school in Utrecht. Daarnaast heeft de rechtbank een voorlopige zorgregeling vastgesteld.
2.5.
De rechtbank heeft bij beschikking van 4 juni 2024 beslist dat [minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft en de volgende zorgregeling vastgesteld:
  • [minderjarige] verblijft drie keer per vier weken bij de vader van vrijdag uit school tot maandag naar school;
  • in de week dat [minderjarige] niet bij de vader is in het weekend, is hij van vrijdag uit school bij de vader tot aan het moment dat hij hem naar de zwemles brengt;
  • [minderjarige] is tijdens
  • [minderjarige] is tijdens
  • [minderjarige] is tijdens de
  • [minderjarige] is in de even jaren tijdens
  • [minderjarige] is in de even jaren op
  • tijdens
  • tijdens
  • op
  • tijdens de
  • tijdens de
  • tijdens
2.6.
De moeder verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
I. de reguliere zorgregeling zoals vastgelegd bij beschikking van 4 juni 2024 te wijzigen in die zin dat [minderjarige] voortaan in de even weken bij de vader zal verblijven van vrijdag (althans laatste lesdag) uit school tot maandag (althans eerste lesdag) naar school;
II. de zorgregeling tijdens vakanties en feestdagen zoals vastgelegd bij beschikking van 4 juni 2024 te wijzigen in die zin dat [minderjarige] bij de vader verblijft:
in de even jaren:
  • tijdens de voorjaarsvakantie van de laatste schooldag uit school tot eerste schooldag naar school;
  • tijdens de meivakantie van de laatste schooldag uit school tot vrijdag in de meivakantie om 17.30 uur;
  • tijdens de zomervakantie de eerste helft, dus drie weken, vanaf de laatste schooldag uit school tot drie weken later op vrijdag 10.00 uur;
  • tijdens de kerstvakantie de tweede week, van vrijdag 10.00 uur in de kerstvakantie tot de eerste schooldag naar school;
in de oneven jaren:
  • tijdens de herfstvakantie van de laatste schooldag uit school tot de eerste schooldag naar school;
  • tijdens de meivakantie van vrijdag in de meivakantie om 17.30 uur tot de eerste schooldag naar school;
  • tijdens de zomervakantie de tweede helft, dus drie weken, vanaf vrijdag 10.00 uur tot de eerste schooldag naar school;
  • tijdens de kerstvakantie de eerste week, van de laatste schooldag uit school tot vrijdag in de kerstvakantie om 10:00 uur;
overige bijzondere dagen:
  • Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren: indien deze dag valt in de even weken dan wordt het weekend van [minderjarige] bij de vader verlengd van de laatste schooldag voor deze dag tot de eerste schooldag na deze dag;
  • Koningsdag: conform vakantie zorgregeling;
  • kerstdagen: conform vakantie zorgregeling;
  • oud & nieuw: conform vakantie zorgregeling;
  • verjaardagen van moeder en vader: conform reguliere zorgregeling, althans vakantieregeling;
  • verjaardag [minderjarige] : conform reguliere zorgregeling;
  • verjaardagen overige familieleden: conform reguliere zorgregeling;
III. voor de reguliere zorgregeling als ook de zorgregeling tijdens vakanties en feestdagen geldt dat mocht [minderjarige] op de wisseldag niet naar school gaan (bijvoorbeeld omdat hij ziek is), de vader [minderjarige] om 10.00 uur bij Zwembad [zwembad] in Utrecht ophaalt als [minderjarige] naar hem gaat, en moeder [minderjarige] om 10.00 bij overgrootoma in Amersfoort ophaalt als [minderjarige] naar haar gaat;
IV. te bepalen dat de moeder voortaan wordt belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.7.
De vader is het niet eens met de verzoeken van de moeder en vraagt de rechtbank om het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag af te wijzen, en de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar wijzigingsverzoek, dan wel dat verzoek af te wijzen.

3.De beoordeling

De beslissing
3.1.
De rechtbank zal:
  • beslissen dat de moeder voortaan alleen het gezag heeft over [minderjarige] ;
  • de omgangsregeling wijzigen zoals hierna onder 3.6. is weergegeven;
De overige verzoeken van de ouders wijst de rechtbank af. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissingen neemt.
Gezag
3.2.
De rechtbank zal beslissen dat de moeder voortaan alleen het gezag over [minderjarige] heeft. Dit betekent dat de moeder voortaan alleen de beslissingen over [minderjarige] mag nemen.
3.3.
In de wet staat dat de rechtbank het gezag van een ouder kan beëindigen als zij vindt dat er een te groot risico is dat het kind klem komt te zitten of verloren raakt door de strijd tussen de ouders en de rechtbank niet verwacht dat dat binnenkort beter wordt, of als wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. [1]
3.4.
De rechtbank vindt dat het gezag gewijzigd moet worden omdat het anderszins in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is. Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij belangrijke beslissingen over het kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen. Dat lukt de ouders niet. De ouders zijn verwikkeld in langdurige conflicten. De communicatie tussen hen is structureel problematisch en leidt regelmatig tot spanningen en escalaties.
3.5.
[minderjarige] is op 30 april 2024 onder toezicht gesteld omdat hij ernstig in zijn ontwikkeling werd bedreigd door de strijd tussen de ouders. Sindsdien is geprobeerd om met hulp van de GI verbetering te bereiken. Inmiddels loopt de ondertoezichtstelling al twee jaar, maar lukt het de ouders nog steeds niet om op een normale manier met elkaar te communiceren. Op dit moment loopt alle communicatie via de GI, maar ook dat voorkomt geen conflicten. De rechtbank ziet dat de vader blijft handelen vanuit wantrouwen richting de moeder en zijn eigen koers blijft volgen. Tijdens de zitting zijn daar meerdere voorbeelden van besproken. Zo heeft de vader zonder medeweten van de moeder het rekeningnummer voor de betaling van de zwemlessen in Amersfoort (waar de moeder niet mee ingestemd had omdat [minderjarige] in Utrecht zwom) laten wijzigen naar het rekeningnummer van de moeder. Op de zitting verklaarde de vader op vragen van de rechtbank hierover eerst dat dit in onderling overleg was gebeurd. Pas nadat de rechtbank hierop doorvroeg, werd duidelijk dat de vader met ‘onderling overleg’ niet bedoelde dat hij dit met de moeder had afgestemd, maar eenzijdig met de zwemschool had afgesproken. Een ander voorbeeld gaat over contact met de huisarts. Toen [minderjarige] ziek was, heeft de moeder contact opgenomen met de huisarts en dit aan de GI doorgegeven. [minderjarige] kon namelijk niet naar school toe en de vader krijgt hiervan een melding in het schoolcommunicatiesysteem. De huisarts heeft aan de moeder aangegeven dat [minderjarige] niet naar de huisarts hoefde te komen. Deze informatie is door de GI aan de vader doorgegeven. Ondanks deze informatie heeft de vader alsnog zelf contact met de huisarts opgenomen en een afspraak voor [minderjarige] bij de huisarts ingepland. Deze afspraak is door de vader voor de moeder gepland omdat [minderjarige] op dat moment bij haar verbleef. Een derde voorbeeld volgt uit de gang van zaken rondom een mogelijke vakantie naar Egypte. De moeder heeft via de GI toestemming aan de vader gevraagd om met [minderjarige] op vakantie te gaan. Op de zitting heeft de vader verklaard dat hij niets heeft gehoord over een verzoek om toestemming en dat de moeder wat hem betreft gewoon met [minderjarige] op vakantie mag gaan. De GI heeft vervolgens echter verklaard dat de moeder wel degelijk via de GI toestemming heeft gevraagd en dat dit door de GI met de vader is besproken. Hierop bevraagd door de rechtbank geeft de vader aan dat er wel een gesprek over is geweest, en dat hij wel toestemming heeft gegeven. Pas na meerdere vragen van de rechtbank geeft de vader aan dat hij enkel toestemming heeft gegeven voor dat deel van de vakantie waarop [minderjarige] volgens de regeling bij de moeder zou zijn. Dit betrof echter een halve vakantieweek, waardoor de moeder niet met [minderjarige] naar Egypte kon gaan.
3.6.
De rechtbank ziet, anders dan de Raad, geen aanleiding om te verwachten dat deze situatie binnen afzienbare tijd zal verbeteren. Sinds de ondertoezichtstelling is geen vooruitgang geboekt. Ook het traject ‘Parallel Solo Ouderschap’, dat juist bedoeld is om de ouders beter naast elkaar te laten functioneren, heeft niet tot verbetering geleid. De GI heeft aangegeven dat zij op dit moment geen zicht heeft op een passend vervolgtraject voor de ouders. De rechtbank vindt dat het niet langer in het belang van [minderjarige] is dat de ouders op deze manier met elkaar door moeten gaan. Het is de vader de afgelopen jaren niet gelukt om zijn wantrouwen richting de moeder te verminderen. Hij blijft de moeder diskwalificeren en handelt daar ook naar. Dit zorgt voor voortdurende spanningen tussen de ouders, waarvan [minderjarige] de dupe is. De rechtbank vindt het noodzakelijk dat hier een einde aan komt.
3.7.
De rechtbank begrijpt dat de spanningen tussen de ouders niet direct verdwijnen door deze beslissing. Toch verwacht de rechtbank dat de situatie voor [minderjarige] rustiger wordt als de moeder alleen het gezag uitoefent. Veel conflicten ontstaan nu juist doordat de ouders samen beslissingen moeten nemen, terwijl dat niet lukt. De vader kan zich door het gezamenlijk gezag met alle zaken bemoeien, ook met zaken die op dat moment in de invloedsfeer van de moeder vallen. De praktijk laat zien dat hij dit ook doet. Van de moeder kan niet langer worden gevraagd dat zij onder deze omstandigheden samen met de vader het gezag uitoefent. De rechtbank heeft er vertrouwen in dat de moeder in staat is om beslissingen te nemen die in het belang van [minderjarige] zijn.
3.8.
Omdat de rechtbank zal bepalen dat de moeder alleen het gezag over [minderjarige] heeft, spreekt zij hierna van een ‘omgangsregeling’ in plaats van een ‘zorgregeling’.
Omgangsregeling
3.9.
De rechtbank wijzigt de omgangsregeling als volgt:
  • [minderjarige] verblijft in de even weekenden van vrijdag uit school tot zondag 19.00 uur bij de vader (avondeten bij de vader), waarna de vader hem naar de moeder brengt;
  • [minderjarige] is tijdens de
  • [minderjarige] is tijdens de
  • [minderjarige] is tijdens de
o vanaf die vrijdag 12.00 uur tot zondag 19.00 uur een week later bij de vader verblijft, als de tweede week bij de vader is;
o vanaf die vrijdag 12.00 uur tot maandag naar school een week later bij de moeder verblijft, als de tweede week bij de moeder is;
- [minderjarige] is tijdens de
meivakantiein de eerste week vanaf vrijdag uit school bij de ouder waar hij tijdens het weekend aan het begin van de vakantie zou zijn tot en met de vrijdag een week later om 12.00 uur, waarbij [minderjarige] :
o vanaf die vrijdag 12.00 uur tot zondag 19.00 uur een week later bij de vader verblijft, als de tweede week bij de vader is;
o vanaf die vrijdag 12.00 uur tot maandag naar school een week later bij de moeder verblijft, als de tweede week bij de moeder is;
- [minderjarige] is tijdens de
zomervakantie:
o in de even jaren de eerste drie weken bij de vader, vanaf de laatste schooldag uit school tot drie weken later op vrijdag om 12.00 uur, waarna hij vanaf die vrijdag tot maandag naar school drie weken later bij de moeder is;
o in de oneven jaren de eerste drie weken bij de moeder, vanaf de laatste schooldag uit school tot drie weken later op vrijdag om 12.00, waarna hij vanaf die vrijdag tot zondag 19.00 uur drie weken later bij de vader is;
  • op
  • op
  • op
  • in het weekend van
  • op
  • in het weekend van
  • in het weekend van
  • op de
  • op de
  • tijdens de
  • op
  • in het weekend van
  • als [minderjarige] op de wisseldag, dus op de vrijdag in de even weken, niet naar school gaat (bijvoorbeeld omdat hij ziek is), dan haalt de vader [minderjarige] op vrijdag om 10.00 uur op, en haalt de moeder [minderjarige] in dat weekend om 19.00 uur weer op;
  • als de vader [minderjarige] ophaalt of terugbrengt bij de moeder dan vindt de overdracht plaats bij zwembad [zwembad] . Als de moeder [minderjarige] brengt of ophaalt bij de vader dan vindt de overdracht plaats bij overgrootoma.
Wijziging van omstandigheden
3.10.
De rechtbank kan op verzoek van de ouder(s) of van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind een beslissing over de omgang of een door de ouders overeengekomen omgangsregeling wijzigen als de omstandigheden zijn gewijzigd. [2] De rechtbank vindt dat hiervan in deze situatie sprake is en legt dat hieronder uit.
3.11.
Voor dat de huidige omgangsregeling werd vastgelegd, was er sprake van een co-ouderschapsregeling. Deze regeling kon niet langer voortduren omdat [minderjarige] met vier jaar naar school zou gaan en de ouders te ver bij elkaar vandaan woonden om de co-ouderschapsregeling uit te blijven voeren. De verhouding tussen de ouders was op dat moment ook gespannen en niet goed. Maar op dat moment was de verwachting dat met de hulp van de GI en de in te zetten hulpverlening verbetering zou komen in de samenwerking tussen de ouders. Inmiddels zijn twee jaar verstreken en is gebleken dat deze verbetering niet is opgetreden. Zoals hierboven al is overwogen, is de bemoeienis van met name de vader richting de moeder niet verminderd. Dit leidt nog steeds tot voortdurende discussies en onrust. Op de zitting heeft de GI bevestigd dat er nog altijd veel discussie is over de uitvoering van de zorgregeling, vooral over het weer oppakken van de reguliere regeling na de vakanties. De vader stelt dat er geen problemen zijn, behalve wanneer (volgens de vader) de moeder de afspraken anders uitlegt. De rechtbank ziet echter dat de regeling in de praktijk regelmatig tot conflict leidt. Dat deze verwachting anders is uitgepakt en hierdoor de gespannen situatie helaas is blijven bestaan, betekent een relevante wijziging van omstandigheden voor de wijziging van de zorgregeling.
De nieuwe regeling
3.12.
Bij het vaststellen van de nieuwe omgangsregeling heeft de rechtbank zoveel mogelijk duidelijkheid willen creëren en ruimte voor discussie willen beperken. Door vast te leggen dat [minderjarige] in de even weekenden bij de vader verblijft, wordt voorkomen dat er discussie ontstaat over het doortellen van de weekenden, zoals nu het geval is. Ook zal de rechtbank hieronder duidelijk omschrijven hoe de vakanties moeten worden uitgevoerd, zodat hierover geen onduidelijkheid (meer) bestaat.
3.13.
Om te compenseren dat [minderjarige] door deze wijziging minder tijd bij de vader doorbrengt dan voorheen, bepaalt de rechtbank dat [minderjarige] meer tijd bij de vader doorbrengt tijdens de vakanties. Zo verblijft [minderjarige] de gehele herfst- en voorjaarsvakantie bij de vader en verblijft [minderjarige] de helft van de kerst-, mei- en zomervakantie bij de vader. Ook zal de rechtbank bepalen dat [minderjarige] tijdens het (verlengde) weekend van Hemelvaart en Pasen bij de vader verblijft, en bij de moeder tijdens Pinksteren. Verder zullen studiedagen die aansluiten op een omgangsweekend bij de vader, bij dat weekend worden betrokken. In dat geval begint het weekend op donderdag na school of eindigt het weekend op maandag om 19.00 uur.
3.14.
De rechtbank vindt het van belang dat verdere discussie tussen de ouders zoveel mogelijk wordt voorkomen en geeft daarom een nadere uitleg over de praktische invulling van de regeling. Zoals in 3.9. is overwogen, verblijft [minderjarige] de gehele herfst- en voorjaarsvakantie bij de vader. Eventuele omgangsweekenden van de moeder in die periode vervallen en worden niet ingehaald. De overige vakanties bij de vader lopen van vrijdagmiddag na school tot de daaropvolgende vrijdag om 12.00 uur, of – bij verdeling in het midden van de vakantie – van vrijdag 12.00 uur tot zondag 19.00 uur. Voor de zomervakantie geldt dat [minderjarige] in de even jaren de eerste drie weken bij de vader verblijft en de laatste drie weken bij de moeder, en in de oneven jaren is dit omgekeerd.
3.15.
Daarbij benadrukt de rechtbank dat de vakantie- en feestdagenregeling voorrang heeft op de reguliere omgangsregeling. Dit betekent dat reguliere omgangsweekenden die samenvallen met vakanties of feestdagen vervallen en niet worden ingehaald. Na afloop van een vakantie wordt de reguliere omgangsregeling hervat volgens de vastgestelde weekendverdeling.
Boodschap aan de ouders
3.16.
De rechtbank verwacht dat beide ouders zich na deze beslissing richten op hun eigen rol als ouder en op hun eigen tijd met [minderjarige] . Alleen op die manier kan [minderjarige] onbelast en fijn contact hebben met beide ouders. Dat is wat [minderjarige] nodig heeft.
De uitvoerbaarheid bij voorraad
3.17.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt hier de begrippen uit de wet.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
bepaalt dat het gezag over [minderjarige] vanaf nu alleen toekomt aan de moeder;
4.2.
wijzigt de omgangsregeling als volgt:
  • [minderjarige] verblijft in de even weekenden van vrijdag uit school tot zondag 19.00 uur bij de vader (avondeten bij de vader), waarna de vader hem naar de moeder brengt;
  • [minderjarige] is tijdens de
  • [minderjarige] is tijdens de
  • [minderjarige] is tijdens de
o vanaf die vrijdag 12.00 uur tot zondag 19.00 uur een week later bij de vader verblijft, als de tweede week bij de vader is;
o vanaf die vrijdag 12.00 uur tot maandag naar school een week later bij de moeder verblijft, als de tweede week bij de moeder is;
- [minderjarige] is tijdens de
meivakantiein de eerste week vanaf vrijdag uit school bij de ouder waar hij tijdens het weekend aan het begin van de vakantie zou zijn tot en met de vrijdag een week later om 12.00 uur, waarbij [minderjarige] :
o vanaf die vrijdag 12.00 uur tot zondag 19.00 uur een week later bij de vader verblijft, als de tweede week bij de vader is;
o vanaf die vrijdag 12.00 uur tot maandag naar school een week later bij de moeder verblijft, als de tweede week bij de moeder is;
- [minderjarige] is tijdens de
zomervakantie:
o in de even jaren de eerste drie weken bij de vader, vanaf de laatste schooldag uit school tot drie weken later op vrijdag om 12.00 uur, waarna hij vanaf die vrijdag tot maandag naar school drie weken later bij de moeder is;
o in de oneven jaren de eerste drie weken bij de moeder, vanaf de laatste schooldag uit school tot drie weken later op vrijdag om 12.00, waarna hij vanaf die vrijdag tot zondag 19.00 uur drie weken later bij de vader is;
  • op
  • op
  • op
  • in het weekend van
  • op
  • in het weekend van
  • in het weekend van
  • op de
  • op de
  • tijdens de
  • op
  • in het weekend van
  • als [minderjarige] op de wisseldag, dus op de vrijdag in de even weken, niet naar school gaat (bijvoorbeeld omdat hij ziek is), dan haalt de vader [minderjarige] op vrijdag om 10.00 uur op, en haalt de moeder [minderjarige] in dat weekend om 19.00 uur weer op;
  • als de vader [minderjarige] ophaalt of terugbrengt bij de moeder dan vindt de overdracht plaats bij zwembad [zwembad] . Als de moeder [minderjarige] brengt of ophaalt bij de vader dan vindt de overdracht plaats bij overgrootoma;
4.3.
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst de verzoeken van de ouders voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. R.M. Maliepaard, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. E.A.G. Mosch, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 1:253n en 1:251a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.Artikel 1:377e BW.