Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 15 maart 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had eerder op 21 augustus 2024 een termijn gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen, maar deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat meer dan zestig weken zijn verstreken sinds het verstrijken van de wettelijke beslistermijn en bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-, om naleving af te dwingen.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de redelijke beslistermijn en motiveert de hoogte van de dwangsom aan de hand van het ontbreken van weigerachtigheid en het belang van eiseres.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en uitgesproken op 16 januari 2026.