Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 18 december 2024. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks ingebrekestelling op 2 juli 2025. Eiseres stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en dat verweerder alsnog binnen een realistische termijn een besluit moet nemen. Gelet op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak wordt een termijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn als realistisch beschouwd, wat in deze zaak neerkomt op uiterlijk 29 juli 2026.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder is tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter J.A.J. Woutersen en uitgesproken op 19 januari 2026. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.