Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, waarop verweerder niet tijdig heeft beslist. Na ingebrekestelling op 29 april 2025 en het verstrijken van de wettelijke beslistermijn, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een realistische termijn, conform jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak, een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt. Verweerder is tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiseres.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen en sluit aan bij vaste rechtspraak over redelijke beslistermijnen en dwangsommen bij bestuursrechtelijke procedures.