Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. A.L. Rinsma;
- de advocaat van de verdachte: mr. F.N. Dijkers (hierna: de advocaat).
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
enigmisdrijf.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf en/of maatregel
6.Toegepaste wetsartikelen
- artikel 47, 57, 225, 420bis en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht;
- artikel 2 en Pro 10 van de Opiumwet;
7.De beslissing
een gevangenisstraf van 14 (veertien) maanden;
(de rechtbank begrijpt: [kenteken] ). [3] De auto staat op naam van [verdachte] van [geboortedatum 1] 1997 te [geboorteplaats] . Ik trof het voertuig aan op een parkeerplaats aan de Sao Paulostraat te Almere. Ik zag een man aan komen lopen die ik ambtshalve herkende als bovengenoemde [verdachte] . Ik zag dat hij naar het genoemde voertuig liep en van de parkeerplaats afreed.
10ket. 20 snoep.
de verklaring van de verdachte afgelegd tijdens de zitting van 17 december 2025;
Een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 11 juni 2024. [31]