Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
6.Toegepaste wetsartikelen
- 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht;
- 3 en 11 van de Opiumwet.
7.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte het feit 1heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.3 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 1 (één) maand;
- bepaalt dat de gevangenisstraf, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
- als voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Ingangsdatum: 26 november 2009.