Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar waarin de WOZ-waarde van haar woning was verlaagd. De heffingsambtenaar had de WOZ-waarde vastgesteld op €675.000,- en deze bij bezwaar verlaagd naar €577.000,-. Eiseres beperkte in het beroepschrift het geschil tot de toekenning van een proceskostenvergoeding, maar bracht in een later stadium geheel nieuwe beroepsgronden aan over de WOZ-waarde.
De rechtbank oordeelt dat het aanvoeren van nieuwe beroepsgronden in een laat stadium in strijd is met de goede procesorde. Daarom worden deze nieuwe gronden buiten beschouwing gelaten. Daarnaast is vastgesteld dat de gemachtigde van eiseres niet beroepsmatig rechtsbijstand verleent, waardoor geen proceskostenvergoeding kan worden toegekend op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt en het griffierecht niet wordt terugbetaald. De uitspraak is gedaan door rechter J.W. Veenendaal en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding toegekend.